Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Kosten ernstig verwijtbaar handelen Ryanair: drie miljoen
dinsdag 14 mei 2019

Kosten ernstig verwijtbaar handelen Ryanair: drie miljoen

Luchtvaartmaatschappij Ryanair moet in totaal 3 miljoen euro betalen aan acht piloten (als billijke vergoeding). De vliegers meenden recht te hebben op schadevergoeding vanwege de sluiting van de basis van Ryanair in Eindhoven. Bovendien wilden ze ‘vergelding voor de vele pesterijen’ van de Ierse prijsvechter. De kantonrechter ging daarin mee en gaf aan dat Ryanair zich schuldig had gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen door een verstoorde arbeidsverhouding te veroorzaken. Hoe heeft het allemaal zo ver kunnen komen?

Een klein jaar geleden had Ryanair nog een volwaardige basis op Eindhoven met zo’n 50 piloten (‘vliegers’) en 150 cabinepersoneelsleden. Na de zomer van 2018 besloot Ryanair dat er geen plaats meer was voor een ‘basis’ op Eindhoven (het werd slechts een ‘bestemming’). Na twee stakingsacties, in augustus en september 2018, kondigde Ryanair aan de basis in Eindhoven op 5 november 2018 te sluiten. Het zou bedrijfseconomisch niet rendabel meer zijn om de vaste plek in Eindhoven aan te houden. Er zou nog wel gevlogen worden vanaf Eindhoven Airport, maar de reizigers zouden het in het vervolg moeten doen met toestellen en bemanningen die van andere vliegvelden in Europa worden ‘ingevlogen’. Het personeel in Eindhoven kreeg de keuze: of naar een andere uitvalsbasis gaan in het buitenland, of vrijwillig ontslag nemen zonder recht op schadeloosstelling.

In dit blog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen

Hierop startten verscheidene Ryanair-piloten een kort gestart. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant verbood Ryanair tot eenzijdige overplaatsing over te gaan, omdat Ryanair zonder goede reden besloten had om vier vliegtuigen weg te halen uit Eindhoven. Daarnaast bestond bij de piloten en de rechter het vermoeden dat de basis in Eindhoven zou worden gesloten als vergelding voor de stakingen.

Vervolgens trachtte Ryanair via een collectieve ontslagaanvraag bij het UWV toestemming te krijgen om de arbeidsovereenkomsten op te zeggen. Ook dat lukte niet. Het UWV weigerde, omdat zij van mening was dat sluiting van de basis Eindhoven niet was ingegeven door bedrijfseconomische omstandigheden.

Hierop besloot een overgebleven groep van negen piloten om zelf een ontbindingsverzoek in te dienen. De groep Ryan-medewerkers was inmiddels flink uitgedund. Zo was er een grote groep zzp’ers die officieel niet voor Ryanair werkten, hoewel de budgetvlieger wel hun enige opdrachtgever was. Zij hadden dus geen keuze, en moesten ofwel verhuizen naar een andere basis, ofwel vertrekken bij Ryanair. Een andere grote groep zat nog in de proeftijd van één jaar(!) volgens Iers arbeidsrecht. Deze groep had dus ook geen keus. En een grote laatste groep had geen zin in juridische strijd en vertrok vrijwillig naar het buitenland.

In de laatste aflevering van deze soap oordeelde de rechtbank Oost-Brabant dat de door Ryanair beschreven gang van zaken het niet erg geloofwaardig maakte dat bedrijfseconomische redenen aan de sluiting ten grondslag liggen. Ryanair had op verschillende manieren en op meerdere momenten ongeoorloofde druk op de piloten uitgeoefend en daarmee een dusdanige ernstig verstoorde arbeidsverhouding veroorzaakt.
Al met al moet kwam de rechter tot oordeel dat Ryanair zich ernstig verwijtbaar had gedragen en dat de onwerkbare situatie die was ontstaan aan Ryanair te wijten was. De arbeidsovereenkomsten van de laatste acht piloten (de negende had op de dag van de zitting bericht gekregen dat hij een nieuwe baan had) werden daarom ontbonden onder toekenning van een schadevergoeding van 380.000 tot 480.000 euro per persoon. In totaal een schadeloosstelling van een kleine drie miljoen euro.

Welke juridische vragen zijn hier relevant?
In deze zaak is er een aantal interessant juridische vraagstukken behandeld. Allereerst de vraag naar de bevoegde rechter en bevoegd recht. Ondanks dat Ryanair buiten Nederland is gevestigd en partijen in de arbeidsovereenkomst een forumkeuze voor de Ierse rechter hebben gemaakt, doet dat aan de rechtsmacht van de Nederlandse (kanton)rechter niets af. De werknemers woonden immers in Nederland en konden dus naar een Nederlandse rechter.
Hetzelfde gold voor het recht dat van toepassing verklaard werd. Ondanks het feit dat op de arbeidsovereenkomst Iers recht van toepassing was verklaard, mag deze rechtskeuze er niet toe leiden dat een werknemer bepaalde bescherming verliest (zie de eerdere blog over grensoverschrijdende arbeid en arbeidsrecht). Omdat er in Nederland gewoonlijk gewerkt werd, houden de werknemers de bescherming van de dwingende bepalingen van het Nederlandse recht. En de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om op verzoek van een werknemer een arbeidsovereenkomst te ontbinden, en om in dat kader vergoedingen toe te kennen, is een bepaling van dwingend Nederlands recht, zie artikel 7:671c, lid 5, BW. Kortom, Nederlands recht van toepassing.

De tweede vraag die opkomt is of een werknemer die zelf ontbinding vraagt wel een (billijke) vergoeding en een transitievergoeding kan claimen? Ja, dat kan. Een kantonrechter kan een billijke vergoeding en een transitievergoeding toekennen als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetgeschiedenis volgt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever gaat om uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag. Het moge duidelijk zijn dat een dergelijke situatie zich hier voor deed. Immers, de stelling van Ryanair dat de operationele omvorming van Eindhoven van basis naar bestemming gegrond was op bedrijfseconomische redenen, bleek niet houdbaar. Het was eerder een represaille als gevolg van de twee stakingen. Het argument van Ryanair dat de stakingen er niets mee te maken hadden en al eerder besloten was om Eindhoven te sluiten, overtuigde de rechter niet. Waarom was er dan eind september nog onderhandeld over een nieuwe cao als het besluit al lang genomen was?

De derde kwestie is de billijke vergoeding. Door het ernstig verwijtbaar handelen van Ryanair was er aanleiding een billijke vergoeding toe te kennen. Zoals we inmiddels sinds het New Hairstyle-arrest weten is dat bij het vaststellen van de hoogte van billijke vergoeding het er uiteindelijk om gaat dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en dat er rekening kan worden gehouden met de vraag of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden en met de inkomsten die hij daaruit geniet. En dat deed de kantonrechter dan ook door te concluderen dat deze piloten bij een nieuwe werkgever geconfronteerd zullen worden met een forse inkomensachteruitgang. Een overstap is blijkbaar ongunstig omdat de luchtvaart het senioriteitsbeginsel hanteert: een piloot die naar een andere maatschappij gaat, moet daar weer onderaan de ladder beginnen, als tweede piloot en met een aanvangssalaris. Een hoge compensatie was volgens de kantonrechter daarom gerechtvaardigd.

Hoger beroep
Ryanair laat weten dat het tegen de uitspraak in hoger beroep gaat. Ik ben benieuwd op welke gronden, want het staat wel vast dat zij weinig tot niets gelegen hebben gelaten aan de belangen van de vliegers. Zo werd direct na het vonnis in kort geding de ontslagaanvragen ingediend en moesten de vliegers de volgende dag instemmen met gedwongen overplaatsing. Daarnaast heeft Ryanair inbreuk gemaakt op het collectieve actierecht van de vliegers. Conform Nederlands recht zijn dat allemaal ernstig verwijtbare handelingen, dus mijns inziens is een billijke vergoeding op zijn plaats. Over de hoogte van de vergoeding valt uiteraard te twisten, helemaal omdat de kantonrechter een bewijsaanbod van Ryanair ‘om andere redenen voor het ontslag’ toe te lichten passeert met de stelling dat zelfs aanwezigheid van die anderen redenen, het ernstige verwijtbaar handelen niet wegneemt. Als Ryanair echt andere redenen kan aantonen dat kan dat relevant zijn voor de berekening van de hoogte van de billijke vergoeding.

De Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) beraadt zich ook nog op de mogelijkheden voor beroep, vooral omdat de geclaimde vergoedingen nog hoger waren. Ook wil de VNV onderzoeken of zij alsnog een zaak starten namens de piloten die eerst niet meededen, aangezien ook deze piloten schade geleden hebben door Ryanair.

Link naar de (acht) uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2019:2311 e.v. tot en met ECLI:NL:RBOBR:2019:2318.