Home / AWVN-beleidsdocumenten

AWVN-beleidsdocumenten

De reeks AWVN-beleidsdocumenten bestaat uit korte publicaties waarin een actueel beleidsthema wordt behandeld dat relevant is voor werkgevers, leden van AWVN en beleidsmakers, en staat onder redactie van Geert de Bruin en Laurens Harteveld.

 

Beleidsdocument 4  Eigen regie in arbeidsvoorwaarden en samenhang ontziemaatregelen
door Geert de Bruin & Laurens Harteveld • voorjaar 2018
Het gedachtegoed rond ‘eigen regie’ in samenhang met duurzame inzetbaarheid, heeft gevolgen voor wat ‘ontziemaaatregelen’ worden genoemd – afspraken die in veel arbeidsvoorwaardenregelingen en cao’s staan, waarbij medewerkers op grond van leeftijd minder werken. Denk aan extra vrije dagen, keuzemogelijkheden om minder te werken met behoud van loon/pensioen en vrijstellingen voor inconveniënte diensten.
Als dergelijke afspraken niet meer passen in de huidige of toekomstige context, is het zaak om, waar nodig en mogelijk, deze collectieve ontziemaatregelen te vervangen door ‘individuele voorzie’- maatregelen waarmee de werknemer op basis van eigen voorkeuren kan werken aan de eigen toegevoegde waarde en arbeidsmarktwaarde.
In het beleidsdocument beschrijven Geert de Bruin en Laurens Harteveld hoe ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ‘regie over eigen loopbaan’ een vertaling krijgen in arbeidsvoorwaarden.
Beleidsdocument 3  Flex en medezeggenschap
Kim van der Hoeven & Geert de Bruin • zomer 2016
De toename van flexwerkers is een niet te stuiten ontwikkeling. De huidige invulling van medezeggenschap sluit daar in onvoldoende mate op aan. AWVN onderschrijft het belang van medezeggenschap voor alle werkenden in een onderneming. Dit belang komt onvoldoende terug in de huidige rol en positie van de OR. De OR is vooral geënt op de – afnemende – groep werknemers met een vast arbeidscontract en minder op de belangen van degenen die op een andere basis binnen het bedrijf werken. Waarom is het belangrijk om alle werkenden bij medezeggenschap te betrekken? Wat zijn de gevolgen voor arbeidsverhoudingen?

Beleidsdocument 2  Polder onder druk?
Laurens Harteveld & Geert de Bruin • voorjaar 2015
 Er zijn indicaties dat de arbeidsverhoudingen in Nederland zich verharden, met het risico dat het Nederlandse stelsel – het poldermodel – op langere termijn wordt ondermijnd. Zowel aan werknemers- als aan werkgeverskant voltrekken zich processen die de polder niet versterken. Vakbonden worden geconfronteerd met aanhoudend ledenverlies. Vakbonden niet aangesloten bij de polder, groeien. Ledenaantallen van vakbonden die wel aangesloten zijn bij polder, nemen sneller af onder gematigde bonden en minder snel onder meer actiegerichte bonden. Het radicale geluid wint terrein.
Maar nieuwe ontwikkelingen kunnen een stimulans vormen voor de polderkracht. Daarbij valt te denken aan groei van het vakbondslidmaatschap onder jongeren en inzet van werkgevers en vakbonden om gezamenlijk cao’s marktconform te maken en te vernieuwen. Als dat gebeurt kan de polder zich op langere termijn versterken. In de huidige polder – denk aan de SER en de StvdA – participeren vooral vertegenwoordigers van ‘reguliere’ vakbonden. Zogenaamde niet-reguliere vakbonden – vaak groeiend – draaien niet mee in de polderstructuur. Daarmee vertegenwoordigt de huidige polder steeds minder werknemers.
Laurens Harteveld
maart 2015
Download
Slot
Beleidsdocument 1  Arbeidsmarkt 2025. Twee gezichten
Laurens Harteveld • zomer 2014 • herziene uitgave voorjaar 2015
 De eerder verwachte krapte op de arbeidsmarkt blijft uit. Redenen daarvoor zijn de aanhoudende laagconjunctuur (minder vraag naar arbeid), de verhoging van de AOW-leeftijd, en de hogere participatiegraad van met name oudere (en vrouwelijke) werknemers.
Hoewel de totale bevolking de komende tien jaar groeit met circa een half miljoen, krimpt de potentiële beroepsbevolking. De hoofdoorzaak daarvan is de vergrijzing. De vraag of in de periode 2014-2025 krapte op de arbeidsmarkt gaat ontstaan, blijft daardoor actueel.
Uitgaande van de veronderstelling dat de vraag naar arbeid constant blijft, lijkt zich de komende jaren op landelijke schaal geen (kwantitatieve) arbeidsmarktkrapte voor te gaan doen. Deze conclusie is alleen gerechtvaardigd als werkgevers (en werknemers) er meer dan nu in slagen om daadwerkelijk langer door te (laten) werken.
Hoewel zich op landelijke schaal geen massale krapte voordoet de komende tien jaar, ontstaat op specifieke deelsegmenten van de arbeidsmarkt wel degelijk krapte. Voor sommige functies, zoals procesoperators en IT-ers, is sprake van een gespannen arbeidsmarkt; voor andere functies (zoals chauffeurs) dreigt een gespannen arbeidsmarkt als het economisch herstel serieus doorzet.
Op regionale schaal kunnen de komende jaren zeker ook arbeidsmarktspanningen ontstaan.
Laurens Harteveld
maart 2015
Download
Slot