De Nederlandse arbeidsmarkt in relatie tot de Europese

​Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in de Prinsjesdagstukken – mede met het oog op het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie per 1 januari 2016, op nationaal en Europees niveau – voorstellen en maatregelen gedaan die voor werkgevers die werken met buitenlandse werknemers gevolgen hebben.

• De introductie van het werklandbeginsel
Het ministerie stelt voor om in Europa meer het werklandbeginsel te hanteren wanneer er sprake is van arbeidsmigratie op grond van het Europese beginsel van het vrij verkeer van arbeid en diensten. Dit houdt in dat voortaan de wetten en regels van het land waarin het werk verricht worden onverkort gaan gelden. Dit heeft als doelstelling om het misbruik maken van buitenlandse werknemers, de uitholling van Nederlandse arbeidsvoorwaarden door het Europese vrij verkeer en de verdringing van de Nederlandse werknemer tegen te gaan, doordat een gelijk arbeidsvoorwaardenpakket voor eenieder zou gaan gelden.  Daarbij worden voor zowel de sociale zekerheid als voor het arbeidsrecht maatregelen voorgesteld. Voor de sociale zekerheid wordt voorzien de sociale zekerheidsverordening (Verordening 883/2004) aan te passen. Voor het arbeidsrecht zou de minister de detacheringsrichtlijn willen aanpassen door het opnemen van extra minimumbepalingen voor buitenlandse werknemers. Ook zou het mogelijk gemaakt gaan  worden de hele Cao voor de Uitzendkrachten op een buitenlands uitzendbureau op te leggen in plaats van de 7 kernbepalingen (zoals deze in de detacheringsrichtlijn en de wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid zijn opgenomen).

• De omzetting van de Europese handhavingsrichtlijn in nationale wetgeving
De Europese handhavingsrichtlijn richtlijn beoogt de detacheringsrichtlijn, op grond waarvan buitenlandse dienstverleners in Nederland Nederlandse minimumnormen moeten naleven, beter te handhaven. De omzetting van de handhavingsrichtlijn in Nederlandse wetgeving beperkt zich niet alleen tot de bouwsector, maar wordt op alle sectoren van toepassing. Ook krijgt de Inspectie SZW meer bevoegdheden voor controles en het opleggen van sancties.

• Verdere aanpassing van de Wet Minimumloon
De eerste aanpassingen van het minimumloon zijn ingevoerd. Voorzien wordt een verdere aanpassing van de Wet op het Minimumloon te realiseren met als doel uitbuiting en oneerlijke concurrentie op de Nederlandse arbeidsmarkt te voorkomen.

•  Kernbepalingen in algemeen verbindend verklaarde cao’s
Behalve het onderste deel van het loongebouw, het wettelijk minimumloon, wordt ook het daarop voortbouwend deel van de arbeidsvoorwaarden dat is opgenomen in de cao, opgehoogd. Voorzien wordt de kernbepalingen ook in cao’s op te nemen.

AWVN vindt...
Het ministerie staat het adagium gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek voor. Complicerende factor hierbij is dat buitenlandse werknemers veelal in verschillende situaties verkeren wanneer ze in Nederland op de Nederlandse arbeidsmarkt werken, met allerlei verschillende rechtsgevolgen. Daarbij is er in veel gevallen juist geen verschil met Nederlandse werknemers, omdat het grootste gedeelte van de buitenlandse werknemers in dienst is van in Nederland gevestigde werkgevers. In die situatie gelden dezelfde arbeidsvoorwaarden en regels als voor de Nederlandse werknemers die in Nederland woonachtig zijn. In een aantal andere gevallen blijven de werknemers uit de EU in dienst van hun eigen (in het buitenland gevestigde) werkgevers, terwijl ze in Nederland tijdelijk werk komen verrichten. In dat geval  geldt in principe het arbeidsrecht en de arbeidsvoorwaarden uit het land van herkomst van de werkgever en werknemer, maar mag Nederland op grond van de detacheringsrichtlijn in beperkte mate hierop inbreuk maken door te eisen dat bepaalde Nederlandse regels en arbeidsvoorwaarden dienen te gelden. Omdat beide groepen verschillende uitgangspunten hebben is dan juist een volledige gelijke behandeling discriminerend.

Ruud Blaakman
AWVN, adviesunit Internationaal