WNT-2 op 1 januari toch van kracht

05-01-2015

​Na enige onduidelijkheid in de laatste maanden van 2014 is uiteindelijk op 22 december 2014 het wetsvoorstel voor de WNT-2, de zogenaamde normverlaging voor de bezoldiging van topbestuurders in de publieke en semi-publieke sector, aangenomen door de Eerste Kamer. Daarmee is de WNT-2 per 1 januari 2015 een feit geworden.

Op grond van de WNT-2 mag vanaf 2015 het inkomen van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector maximaal 100% van het ministersalaris bedragen. Hiermee komt de norm in 2015 op € 178.000, voor zowel inkomen als (belastbare) onkosten en pensioenbijdrage (werkgever). In 2014 ging de WNT nog uit van maximaal 130% van het ministersalaris, wat een norm van € 230.474 betekende, voor zowel inkomen als  belaste onkostenvergoedingen en pensioenbijdrage (werkgever). Voor bestaande contracten die in 2015 een totale bezoldiging kennen die boven de norm ligt, geldt een overgangsrecht. Op grond van dit overgangsrecht worden de bestaande arbeidsvoorwaarden de komende vier jaar gerespecteerd, waarna in drie jaar afgebouwd zal moeten worden naar de norm.

Ook voor de leden en voorzitters van interne toezichthoudende organen geldt een nieuw bezoldigingsmaximum. Met ingang van 2015 bedraagt de norm voor de maximale vergoeding 10% respectievelijk 15% van het voor de betreffende rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum. In 2014 was de norm 5% respectievelijk 7,5%. Concreet betekent dit een algemeen bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van de raad van toezicht van € 26.700,- (= 15%) en voor leden van raad van toezicht van € 17.800,- (= 10%).

Naast bovenstaande algemene bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen en toezichthouders gelden voor enkele sectoren (o.a. zorgverzekeraars, zorg- en welzijnssector, woningcorporaties, onderwijs) afwijkende maximumnormen.

Voor vragen over de WNT-2 kunnen leden u contact opnemen met Karin van der Veldt (06 22241972), René van Lieshout (06 53407424) of Gerard Zaalberg (06 51530291).

René van Lieshout (AWVN)