Wetsvoorstel toepassing WML

02-04-2014

De behandeling van wetsvoorstel toepassing Wet Minimumloon op overeenkomsten van opdracht is door de Eerste Kamer aangehouden.

De Eerste Kamer heeft dinsdag 1 april voor de derde keer besloten de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden. Om te waarborgen dat iedereen van een bepaald minimum loon is verzekerd, beoogt minister Asscher een deel van de problematiek van de schijnconstructies te bestrijden door een aanpassing van de wet minimumloon (WML) voor te stellen. Het voorstel is om overeenkomsten van opdracht voortaan onder de werkingssfeer van de WML te brengen.

In de Eerste Kamer kwam naar voren dat er nog talloze bezwaren tegen het voorstel zijn. Zo werd aangegeven dat er niet de verwachting is dat het huidige wetsvoorstel de juiste methode is om schijnconstructies te verhinderen. Diverse keren werd ook voor een gezamenlijke behandeling van de voorstellen tegen schijnconstructies gepleit en werd er bovendien gewezen op mogelijke negatieve arbeidsmarktgevolgen en de onduidelijkheid omtrent het criterium zelfstandigheid.

Na geconstateerd te hebben dat de eerder geuite bezwaren nog steeds in de Kamer leven, verzocht de minister het wetsvoorstel pas in stemming te brengen als de Wet aanpak schijnconstructies wordt behandeld. De Kamer besloot hierop de behandeling van het wetsvoorstel wederom aan te houden.

AWVN is tegen het ontduiking van het minimumloon door gebruik te maken van schijnzelfstandigen, maar vindt het principieel onjuist om de bestrijding schijnconstructies te regelen door de werkingssfeer van de WML uit te breiden met overeenkomsten van opdracht.

Jan de Graaf & Monica Wirtz (AWVN)