Transitievergoeding maakt einde aan kantonrechtersformule

08-11-2013

Eind november 2013 zal naar verwachting het voorstel voor de Wet werk en zekerheid bij de Tweede Kamer worden ingediend. Een belangrijk element van het wetsvoorstel is de transitievergoeding.

Eind november 2013 zal naar verwachting het voorstel voor de Wet werk en zekerheid bij de Tweede Kamer worden ingediend. Naast de voorstellen rond flexibele arbeid is wat AWVN betreft de introductie van de genormeerde transitievergoeding de meest ingrijpende, positieve vernieuwing. De transitievergoeding betekent het einde van de kantonrechtersformule, ook in sociale plannen.

De transitievergoeding is in beginsel altijd verschuldigd bij beëindiging of niet verlenging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever. Slechts in uitzonderlijke gevallen, bij ernstige verwijtbaarheid van een van de partijen, kan de rechter van deze vergoeding naar boven of naar beneden afwijken. De vergoeding bedraagt eenderde maandsalaris voor de eerste 10 dienstjaren en een half maandsalaris voor de jaren daarna, met een maximum van € 75.000 (bruto). Voor inkomens boven € 75.000 is de transitievergoeding gemaximeerd op één (bruto) jaarsalaris.

De transitievergoeding komt in de plaats van de huidige vergoedingen: de vergoeding naar billijkheid volgens de kantonrechtersformule bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de vergoeding van de schade als er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. De transitievergoeding is niet alleen bedoeld om van-werk-naar-werk te stimuleren en te faciliteren, maar geldt ook als compensatie voor het ontslag.

De introductie van de transitievergoeding per 1 juli 2015 betekent het einde van de kantonrechtersformule, die op 1 januari 1997 werd ingevoerd en op 1 januari 2009 werd aangepast. De kantonrechtersformule, hoewel die daar niet voor bedoeld was, vond snel haar weg in vergoedingsregelingen in sociale plannen. Daar zat wel een zekere logica in: partijen vermoedden wat de kantonrechter zou gaan doen als zij er niet met elkaar uitkwamen. Grote afwijkingen van de formule naar boven en naar beneden kwamen alleen tot stand als de omstandigheden die rechtvaardigden.

Naar mening van AWVN is met de invoering van de transitievergoeding de kantonrechtersformule niet langer de norm in sociale plannen. Bij ontbinding zal de kantonrechter de vergoeding niet meer berekenen volgens de kantonrechtersformule, maar zal hij de formule van de transitievergoeding toepassen. Waar destijds de kantonrechtersformule haar weg vond in sociale plannen, zal dit nu ook moeten gebeuren met de transitievergoeding. Dit te meer daar de transitievergoeding tot stand is gekomen in overleg tussen sociale partners. Wat sociale partners centraal met elkaar hebben afgesproken, moet volgens AWVN ook de basis zijn voor afspraken op ondernemings- of bedrijfstakniveau.

Als uitzondering valt er bij een sociaal plan dat al voor 1 juli 2015 is ingegaan, misschien niet altijd aan toepassing van de kantonrechtersformule te ontkomen bij een reorganisatie die ook nog na die datum voortduurt. AWVN vraagt zijn adviseurs en zijn leden hier zeer terughoudend mee om te gaan en in ieder geval verrekening van transitievergoedingen met andere vergoedingen op te nemen na inwerkingtreding van de wet.

Marco Veenstra (AWVN)