Regeling ketenbepaling bijzondere functies uitgebreid

05-01-2017

Minster Asscher van SZW breidt het aantal functies uit waarbij de ketenregeling bij cao buiten toepassing wordt verklaard.

​De ketenregeling kan bij cao voor specifieke functies buiten toepassing worden verklaard als de minister van SZW daarvoor toestemming verleent. Op 30 juni 2015 is de ministeriële regeling gepubliceerd die bepaalt om welke functies het gaat (Regeling ketenbepaling bijzondere functies en hogere vergoeding kantonrechter). Met het toevoegen van functies in het primaire onderwijs en podiumkunsten is de regeling op 22 december 2016 uitgebreid. De nieuwe regeling is op 2 januari 2017 in de Staatscourant gepubliceerd.

Om te voorkomen dat toepassing van de ketenbepaling tot onaanvaardbare consequenties zou leiden, maakt de wet het mogelijk dat de minister van SZW toestemming verleent om bij cao de ketenbepaling voor specifieke functies geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren. Cao-partijen kunnen bij de minister van SZW een gezamenlijk verzoek indienen om de ketenbepaling buiten toepassing te verklaren voor bepaalde functies in hun bedrijfstak. Het moet dan gaan om functies waarbij het bestendig gebruik is en, vanwege de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering, noodzakelijk is de arbeid uitsluitend te verrichten op grond van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en waarvoor de gemaximeerde afwijkingsgrond bij cao (maximaal 6 contracten in maximaal 4 jaar) onvoldoende soelaas biedt.
In de ministeriële regeling van 30 juni 2015 was een aantal functies opgenomen, met name op het gebied van sport en cultuur. AWVN berichtte hierover op 2 juli 2015. 

De Regeling is nu uitgebreid met twee categorieën functies:
1. onderwijsgevend personeel of onderwijsondersteunend personeel met lesgebonden of behandeltaken, voor zover deze functie wordt uitgeoefend in verband met vervanging wegens onvoorzien ziekteverzuim op basis van een arbeidsovereenkomst met een looptijd van ten hoogste 14 dagen die is ingegaan in de maanden januari tot en met maart;
2. artistieke functies, artistieke steunfuncties en productie- of voorstellingsgebonden functies in de podiumkunstensectoren toneel en dans.

Reden voor de uitzondering voor onderwijsgevend personeel is dat bij uitval van een docent binnen het primair onderwijs de kinderen, gelet op de leeftijd, niet naar huis kunnen worden gestuurd. Er is altijd een vervanger nodig. Bij onvoorzien ziekteverzuim, zoals een griepgolf, kan dit niet op reguliere wijze worden opgevangen en zijn er extra leerkrachten nodig, maar alleen voor de duur van de onvoorziene omstandigheid.

Bij de functies in de podiumkunstensectoren toneel en dans worden werknemers geselecteerd op hun schaarse, vakmatige en specialistische kwaliteiten en op hun persoonlijkheid en inbreng in de werkprocessen en onderlinge samenwerking. Daarnaast werken zowel de grote als kleinere gezelschappen veelal of uitsluitend projectmatig. Deze afzonderlijke projecten zijn wisselend van duur, omvang en van frequentie en worden uitgevoerd door wisselende teams. Vanwege deze projectmatige bedrijfsvoering is er niet continu werk voor dezelfde medewerkers.

AWVN vindt...
Met de wijziging van de regeling is in ieder geval duidelijk dat deze niet statisch is en dat de minister bereid is tot uitbreiding als afwijking van de ketenregeling reeds bestendig gebruik was, en cao-partijen kunnen motiveren dat in bepaalde omstandigheden voor bepaalde functies een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet mogelijk is.

Over de aanpassing voor het primair onderwijs berichtte de minister overigens al in zijn brief aan de Tweede Kamer van 21 december 2016. Jammer daarbij is dat de minister volhardt in zijn juridisch discutabele stelling dat ook van de cao-bepaling gebruik kan worden gemaakt door werkgevers die niet aan de cao gebonden zijn, als zij maar de cao in de arbeidsovereenkomsten van toepassing verklaren. Dat wij deze stelling discutabel vinden, en niet zonder risico voor werkgevers die hier blind op varen, schreven wij al in het blog Arbeidsrecht van 8 december 2016.

Marco Veenstra, juridische zaken