Opnieuw aanpassing handhavingsbeleid Wet minimumloon en vakantietoeslag

09-04-2015

Recent is het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW, door een aantal rechtelijke uitspraken, weer aangepast. Wij hebben geen informatie over de exacte datum van inwerkingtreding van de nieuwe handhavingsregels.

​In 2011 hebben wij u bericht van de aanpassingen die waren doorgevoerd in het beleid van de Inspectie SZW voor de handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (WML). Daarbij ging het om twee zaken (i) de normale arbeidsduur werd in alle gevallen op 40 uur per week gesteld, ongeacht de werkelijke arbeidsduur in de sector en (ii) de verrekening voor de kosten van huisvesting en de zorgverzekeringspremie tot maximaal 20% respectievelijk 10% van het minimumloon.
Recent is het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW, door een aantal rechtelijke uitspraken, weer aangepast. Wij hebben geen informatie over de exacte datum van inwerkingtreding van de nieuwe handhavingsregels.

Normale arbeidsduur voortaan gebaseerd op de cao
Uit een uitspraak van 7 mei 2014 van de Raad van State over het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW over structureel meerwerk heeft de Inspectie SZW afgeleid dat deze ook gevolgen heeft voor de toepassing van de normale arbeidsduur van 40 uur per week. De Raad van State oordeelde dat de WML verdiensten uit overwerk uitdrukkelijk niet tot het WML rekent. Daarnaast bevestigde de Raad van State dat de wet het minimumloon voor de normale arbeidsduur garandeert.
Als gevolg van deze uitspraak gaat de Inspectie SZW bij de controle van de WML weer uit van de feitelijke normale arbeidsduur zoals die in de sector geldt in plaats van de fictieve normale arbeidsduur van 40 uur per week. De feitelijke normale arbeidsduur kan onder andere blijken uit een toepasselijke cao.

(Structureel) overwerk
De Inspectie SZW heeft zich lang op het standpunt gesteld dat als structureel meer dan de gebruikelijke arbeidsduur werd gewerkt, de werknemer recht zou hebben op een evenredig verhoogd minimumloon. Bijvoorbeeld, als een werknemer structureel 45 uur per week werkte, dan vond de Inspectie SZW dat de werknemer recht had op 45/40 van het minimumloon.
In de al genoemde uitspraak van de Raad van State van 7 mei 2014 besliste deze dat uit de WML niet volgt dat een werknemer die structureel meer werkt dan de overeengekomen arbeidsduur, recht heeft op een evenredige verhoging van het WML. Het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW is op dit punt aangepast.

Maximering verrekening kosten van huisvesting en zorgverzekering

De Inspectie SZW stond toe dat werkgevers maximaal 20% van het fulltime minimumloon of het minimumjeugdloon aan kosten van huisvesting verrekenen (huur, water en energiekosten) en maximaal 10% van het fulltime minimumloon aan zorgverzekeringspremie verrekenden.
Op 11 december 2013 oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de WML geen  expliciete bepalingen bevat over verrekeningen. Daarvoor moest worden gekeken naar wat daarover in het burgerlijk wetboek is bepaald. Vervolgens besliste de rechtbank dat het wetboek geen maximering bevat van de verrekening tot bijvoorbeeld 20% van het WML voor huisvestingskosten. Daarop oordeelde de rechtbank dat het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW geen wettelijke basis heeft en niet langer kon worden uitgevoerd. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State bevestigde op 12 november 2014 de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State stelde dat de werkgever naar burgerlijk recht gerechtigd was kosten voor huisvesting en premies ziektekostenverzekering te verrekenen en dat de gehanteerde maximale percentages niet waren gebaseerd op de wet.

Volgens het nieuwe handhavingsbeleid van de Inspectie SZW zal de Inspectie op dit onderdeel niet handhaven, zolang is voldaan aan de voorwaarden uit het burgerlijk wetboek over verrekeningen en inhoudingen.
Inmiddels is de Wet Aanpak Schijnconstructies unaniem aangenomen door de Tweede Kamer. De wet treedt waarschijnlijk op 1 juli 2015 in werking. Onderdeel van de wet is het verbod op verrekeningen en inhoudingen van bedragen op het minimumloon. Voor het verbod op verrekeningen en inhoudingen geldt een uitgestelde inwerkingtredingtermijn van zes maanden na inwerkingtreding van de wet. Dat geldt dus ook voor de kosten van huisvesting en voor de zorgverzekeringspremie. Het gevaar dreigt dat werkgevers de huisvesting van de buitenlandse werknemer niet meer zal willen verstrekken of vergoeden, vanwege de verhoogde administratieve lasten en het debiteurenrisico voor de huur. Dat vermindert de beheersbaarheid en werkt schrijnende situaties in de hand. Voor wat betreft de zorgverzekering geldt hetzelfde. Daarnaast speelt specifiek voor de uitzendsector nog een rol dat in de cao voor uitzendkrachten een verplichting is opgenomen voor het uitzendbureau om een zorgverzekering aan de werknemer aan te bieden. Van die verplichting kan dus niet zonder meer afstand worden gedaan. Het gevaar dreigt dat buitenlandse werknemers zich niet verzekeren voor ziektekosten en dat de zorgkosten op het collectief worden afgewenteld.

AWVN vindt…

AWVN is blij met de aanpassingen van het handhavingskader die worden ingegeven door uitspraken van verschillende rechters. Wel vinden wij het passend dat de Inspectie SZW aangeeft per wanneer de gewijzigde handhavingsnormen gelden, zodat werkgevers weten waar zij aan toe zijn. Van een zorgvuldig handelende overheid mag je verwachten dat een belangrijke beleidsaanpassing actief wordt uitgedragen.
Met betrekking tot de discussie over het structureel overwerk concludeerden wij in november 2014, zie ons bericht op de site “Waterloo voor Inspectie SZW bij handhaving van het minimumloon deel 2”, dat de uitspraak van de Raad van State betekende dat de discussie met de Inspectie SZW over structureel overwerk definitief tot het verleden behoorde. We zijn blij met de aanpassing van het handhavingsbeleid op dit punt. Daarnaast zijn wij van mening dat de onder de oude handhavingsregels opgelegde boetes, nu deze kennelijk zijn gebaseerd op een regeling die geen steun vindt in de wet, feitelijk onhoudbaar zijn gebleken.
Wij stellen vast dat met het vervallen van de norm van 40 uur per week de niet verstomde discussie over de normale arbeidsduur in de sectoren herleeft. Ook omdat de normale arbeidsduur niet in alle cao’s eenduidig is opgenomen. De Wet Aanpak Schijnconstructies, als deze binnenkort in werking treedt, neemt de geboden ruimte op het vlak van verrekeningen en inhoudingen op het minimumloon volledig terug. Het gevaar dreigt dat werkgevers niet langer willen voorzien in het verstrekken of vergoeden van huisvesting van de buitenlandse werknemers en niet langer een zorgverzekering willen aanbieden vanwege een toegenomen debiteurenrisico. Dat zou kunnen leiden tot een verslechterde huisvestingsituatie van de buitenlandse werknemers en tot het onverzekerd rondlopen van die werknemers. Beide ontwikkelingen zijn in onze ogen ongewenst.  

Jan de Graaf en Armand Lahaije, beiden belastingadviseur in de adviespraktijk Internationaal/fiscaal  van AWVN.
Voor meer informatie of advies kunt u contact opnemen met Jan de Graaf (06 538 199 11) of Armand Lahaije (06 2393 1089).