Meer werk maken van zorgcollectiviteiten

28-10-2016

Minister Schippers heeft een tweetal onderzoeken over zorgcollectiviteiten naar de Tweede Kamer gestuurd. 

Zorgweb heeft in opdracht van VWS een fact-finding onderzoek gedaan naar alle collectiviteiten, zoals deze begin 2016 bekend waren. Daarnaast heeft de NZa onderzoek uitgevoerd naar collectiviteiten op basis van meerjarige gegevens en dan met name van de grootste collectiviteiten per zorgverzekeraar.

De onderzoeken laten zien dat er veel collectiviteiten zijn, ruim 64.000 (Zorgweb, 2016), meestal met een beperkt aantal deelnemers. Uit eerder onderzoek is gebleken dat het hoge aantal collectiviteiten bijdragen aan de onoverzichtelijkheid van de markt; omdat de meeste collectiviteiten niet meer zijn dan een verpakking om een bestaande modelovereenkomst, leidt dit tot onoverzichtelijkheid zonder meerwaarde in termen van zorginhoud.

Het onderzoek van Zorgweb is gebaseerd op een kwantitatieve uitvraag bij verzekeraars, Zorgweb-data en op interviews met zorgverzekeraars. Het gaat om een momentopname van de collectiviteiten begin 2016. De belangrijkste bevindingen zijn als volgt:
• Het aantal collectiviteiten bedraagt ruim 64.000.
• Het overgrote deel van de collectiviteiten zijn werkgeverscollectiviteiten (82% van de contracten, 58% van de deelnemers).
• De gemiddelde omvang is gering: 162 van de 64.000 collectiviteiten hebben meer dan 10.000 deelnemers terwijl ruim 93% van de collectiviteiten kleiner is dan 250 deelnemers. De gemiddelde omvang is 23 verzekerden
Voor een derde van de collectief verzekerden worden maatwerkafspraken gemaakt. Deze afspraken gaan meestal over zaken in de aanvullende verzekeringen. De aanvullende afspraken variëren van preventie (bijvoorbeeld een health check) en verzuimreductie (extra dekking fysiotherapie), tot lidmaatschap van de patiëntenvereniging en betalingsregelingen voor het eigen risico (gemeentelijke collectiviteiten). Deze maatwerkafspraken vergen geen aparte zorginkoop. Meestal gaat het om financieel administratieve arrangementen.

De gemiddelde collectiviteitskorting is 7,5%, waarbij werkgevers- en studentencollectiviteiten gemiddeld een hogere korting hebben (7,8% en 8,7%) dan patiëntenverenigingen (6,5%). De korting hangt volgens verzekeraars af van de omvang van de collectiviteit, de aard van de doelgroep en of de verzekeraar de enige aanbieder is van het collectieve contract.

Volgens de NZa hebben collectiviteiten een positieve invloed op de verleende service door verzekeraars aan verzekerden en collectiviteiten. Voor werkgevers kan het collectieve contract een aanvulling zijn op het bestaande preventie- en verzuimbeleid.

Op basis van de beide onderzoeken vindt de minister dat collectiviteiten de oorspronkelijke verwachting niet waarmaken. Het oorspronkelijke doel was dat via collectiviteiten betere zorginkoop tot stand zou komen. In plaats daarvan lijken collectiviteiten vooral een verkoopinstrument te zijn en dragen zij in belangrijke mate bij aan de onoverzichtelijkheid op de verzekeringsmarkt. De minister vindt het van belang dat collectiviteiten meer gericht worden op zorginhoud en dat de korting die zij aanbieden verdiend wordt door betere en doelmatiger zorginhoud. Verder moet voor de consument in elk geval duidelijk zijn welke van de huidige 61 basispolissen achter de collectiviteit schuilgaan.
Naar aanleiding van de uitkomsten van de onderzoeken roept de minister verzekeraars op om te heroverwegen of het grote aanbod van kleine contracten daadwerkelijk een bijdrage levert aan de zorg. Zij adviseert werkgevers, patiëntenorganisaties, vakbonden, gemeenten, ouderenbonden en zorgverzekeraars dringend om meer werk te maken van zorginhoudelijke afspraken in collectiviteiten; zonder zorginhoud voegen collectiviteiten niets toe en dragen zij alleen bij aan meer onoverzichtelijkheid op de verzekeringsmarkt. Er zal een werkconferentie georganiseerd worden om de best-practices van zorginhoudelijke voorbeelden in collectiviteiten uit te wisselen. In het verlengde hiervan zal de minister de NZa vragen in kaart te brengen of en hoe zorginhoudelijke afspraken meer onderdeel kunnen gaan uitmaken van de collectiviteiten.

AWVN vindt het positief dat er aandacht wordt gevraagd voor de mogelijkheden die collectieve zorgcontracten kunnen bieden. Werkgevers hebben zware verantwoordelijkheden op het gebied van verzuim en re-integratie. Mede daarom hechten veel werkgevers zeer aan de mogelijkheid van collectiviteitsafspraken over de zorgverzekering voor hun werknemers.
De belangrijkste redenen waarom werkgevers deze afspraken maken voor hun werknemers, zijn het bieden van aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en het voorkomen van ziekteverzuim. Ziektekostencollectiviteiten kunnen bijdragen aan het bevorderen van gezondheid en vitaliteit op de werkvloer. AWVN is daarom blij dat de minister in haar brief aangeeft dat de mogelijkheid om collectiviteitsafspraken te maken blijft bestaan. Het is voor werkgevers van belang om te kijken hoe met zorgverzekeraars maatwerkafspraken kunnen worden gemaakt. Voor kleine werkgevers geldt dat dergelijke arrangementen wellicht via brancheorganisaties kunnen worden afgesproken.

Jan Mahties