DNB rapporteert over financiële situatie pensioenfondsen

23-11-2016

De Nederlandsche bank (DNB is toezichthouder op onder andere pensioenfondsen) heeft op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een actuele rapportage over de financiële situatie van pensioenfondsen opgeleverd.

Dit rapport is 18 november aangeboden aan de Tweede Kamer met een uitgebreide kabinetsreactie op deze rapportage. Het kabinet heeft wettelijk de mogelijkheid om de hersteltermijn (nu vastgesteld op hooguit tien jaar) te verlengen in het geval van een uitzonderlijke economische situatie. De doorrekeningen van DNB geven een indicatie in hoeverre een verlenging van de hersteltermijnen met bij voorbeeld twee jaar eventuele kortingen en de omvang daarvan in 2017 kan beperken. Kort gezegd zal een verlenging een eventuele korting wel beperken, maar niet geheel kunnen voorkomen. Op basis van de stand van eind september hoeven de grote fondsen, ook zonder aanpassen van de hersteltermijnen, niet te korten. Ongeveer 30 kleinere fondsen moeten mogelijk wel de pensioenaanspraken en –uitkeringen verlagen. Sinds eind september zijn de dekkingsgraden voor de meeste fondsen weer verbeterd door de ontwikkelingen op financiële markten.

Of het verlengen van de hersteltermijn ook daadwerkelijk noodzakelijk en gewenst is, valt volgens het ministerie nu nog niet te zeggen. Dit zal afhangen van de ontwikkelingen op financiële markten, maar ook van het beleid van de sociale partners en de fondsen. Het ministerie vindt het van belang eerst de dekkingsgraden van 31 december af te wachten, voordat een besluit kan worden genomen over het eventueel verlengen van de hersteltermijn. Half januari is daarover meer duidelijkheid. Op basis daarvan zal het kabinet een besluit nemen dat pensioenfondsen kunnen meenemen in het opstellen van hun herstelplannen voor 2017. Deze herstelplannen dienen uiterlijk 1 april bij DNB te worden ingediend. Na de beoordeling van de herstelplannen door DNB komt definitief vast te staan of pensioenfondsen kortingen moeten doorvoeren en moet dit worden gecommuniceerd aan de deelnemers en gepensioneerden.

AWVN vindt
Wij onderschrijven de Kabinetsreactie. “Uit internationale vergelijkingen blijkt keer op keer dat Nederland een goed pensioenstelsel heeft”. Ons pensioensysteem heeft altijd een veiligheidsmechanisme gehad, en dat is ‘korten van pensioenrechten’ als uiterste middel. Dat alle mogelijkheden worden verkend om feitelijke toepassing van dit middel te voorkomen, is op zich een goede zaak. De eventueel voorziene kortingen zijn zeer beperkt, maar het feit op zich zou toch het vertrouwen in ons pensioensysteem aantasten.
De kabinetsreactie wijst ook terecht op het verband met het beleid van fondsen en cao-partijen. Fondsen kunnen de hoogte en de verdeling van de korting beïnvloeden. In theorie hebben beslissingen van fondsen en cao-partijen over de premiehoogte ook een relatie met kortingen. In de praktijk echter is de premie vanwege de financiële omvang van de pensioenfondsen een zeer beperkt sturingsmiddel en niet geschikt om kortingen te voorkomen. Ook is het zo dat in veel cao’s afspraken zijn gemaakt over een meerjarige stabiele of vaste pensioenpremie.

De mogelijkheid van ‘korten’ is niet een teken van ‘falen van ons pensioensysteem’. Ieder pensioensysteem zou te lijden hebben van de huidige macro-economische en demografische ontwikkelingen. Ook om die reden heeft het geen zin de premies nog verder te verhogen.

Tot het einde van het jaar blijft de hoop gevestigd op een verdere gunstige ontwikkeling van de rentestand en de aandelenkoersen. Mocht er dan onverhoopt medio volgend jaar toch sprake zijn van een noodzakelijke kleine korting, dan is duidelijk dat de pensioenfondsen goed voorbereid zijn op uitvoering en de communicatie.

Henri Lepoutre