Derde voortgangsbrief Asscher over Wwz

02-12-2016

Minister Asscher informeert de Tweede Kamer ieder halfjaar over de voortgang van de Wet werk en zekerheid. Op 1 december 2016 stuurde hij de Kamer de derde voortgangsbrief.

​In de brief komen achtereenvolgens de onderwerpen flexibele arbeid, het ontslagrecht en de WW aan de orde.

Flexibele arbeid
Het herstel van de economie uit zich in een stijging van zowel het aantal werknemers met een contract voor onbepaalde tijd als het aantal werknemers met een flexibel contract. Voor het eerst sinds 2009 is er dit jaar ook sprake van een stijging van het aantal werknemers met een vast contract vergeleken met verleden jaar. Het aantal werknemers met een flexibel contract stijgt overigens nog harder, waardoor het percentage van vaste contracten daalt.
Van alle werknemers had in het derde kwartaal van 2016 73,2% een vast contract, ten opzichte van 73,8% in dezelfde periode vorig jaar. Een eventuele invloed van de Wwz is niet direct te herleiden uit deze cijfers.
Voor de vervangingsproblematiek in het primair onderwijs is de heer Tichelaar gevraagd om te inventariseren welke problemen er spelen bij de inzet van invalkrachten in geval van ziekte van personeel. Tevens is gevraagd om te bezien hoe binnen de mogelijkheden die de cao Primair onderwijs en de wet bieden tot oplossingen kan worden gekomen, en partijen te ondersteunen om die oplossingen te bereiken. Rapportage, indien mogelijk, voor 31 december 2016.

Ontslagrecht
Uit de jurisprudentie blijkt dat de gemiddelde vergoeding die de rechter toekent bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst meer dan gehalveerd is. De gemiddelde transitievergoeding bedraagt circa 0,4 maandsalaris per dienstjaar, waar de ontslagvergoeding die de rechter voor de Wwz toekende gemiddeld circa 1,0 tot 1,4 maandsalaris per dienstjaar was. Ook als er naast de transitievergoeding door de rechter een billijke vergoeding wordt toegekend, is de som lager is dan de vergoeding die de rechter in dat geval op basis van de kantonrechtersformule zou hebben toegekend. Het verschil bedraagt 43%.

De brief gaat ook kort in op het wetsvoorstel m.b.t. de transitievergoeding dat onlangs voor advies naar de Raad van State is gezonden. In het voorstel worden werkgevers voor de kosten bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid gecompenseerd worden het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Daar staat een verhoging van de uniforme premie tegenover. Gezien de grote impact van deze compensatieregeling op de (digitale) processen bij UWV zal deze naar verwachting pas kunnen ingaan per 1 januari 2019 (in plaats van 1 januari 2018 zoals eerder beoogd). Wel is er in het voorstel sprake van terugwerkende kracht tot 1 juli 2015, de datum waarop de transitievergoeding werd ingevoerd.
In het voorstel krijgen cao-partijen meer ruimte om af te wijken van de transitievergoeding die verschuldigd is bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen. De voorwaarde dat de betreffende cao-voorziening ten minste ‘gelijkwaardig’ moet zijn aan de transitievergoeding waar de werknemer recht op zou hebben gehad, komt hierbij te vervallen. Wel moet sprake zijn van een redelijke financiële vergoeding of een voorziening gericht op het beperken van werkloosheid, of een combinatie van beide. Dit onderdeel kan naar verwachting wel ingaan per 1 januari 2018.
Nadat het advies van de Raad van State is ontvangen, zal het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend. Pas dan wordt het openbaar.

WW
Hier gaat de minister in op de recente aanpassing van het dagloonbesluit. Omdat collega Jan Mathies hier gisteren al over publiceerde, verwijs ik kortheidshalve naar dat bericht.

Tot slot
De minister concludeert in de brief dat een grote wetswijziging als de Wwz tijd nodig heeft om gemeengoed te worden in de praktijk. Daarom is afgesproken om de wet te evalueren in 2020. Maar uit de tussentijdse rapportages komen bemoedigende signalen. Voor het eerst sinds 2009 is er ook ten opzichte van vorig jaar sprake van een stijging van het aantal werknemers met een vast contract. De vergoedingen die de rechter toekent bij ontslag zijn gedaald. De proceduretijden bij UWV zijn verkort waardoor ontslag sneller gerealiseerd kan worden. En als er tussentijds problemen worden geconstateerd dan worden die samen met sociale partners snel opgelost. Bij gelegenheid van de evaluatie kunnen volgens de minister meer definitieve conclusies worden getrokken over het realiseren van de met de Wwz beoogde doelen.

Marco Veenstra (AWVN)