Wwz: pro forma ontbindingsprocedures

​Wwz: zoals u eerder op ons weblog hebt kunnen lezen zijn er al enkele uitspraken verschenen die betrekking hebben op de nieuwe ontslagregels uit de Wet werk en zekerheid.

Er zijn nu inmiddels ook uitspraken verschenen over een situatie waarin partijen al overeenstemming hebben bereikt over de beëindigingsregeling, maar toch de kantonrechter verzoeken om een uitspraak (de zogenaamde pro forma ontbindingsprocedures).

Kantonrechter Rotterdam
De kantonrechter te Rotterdam heeft ook na de invoering van de Wwz geen moeite om mee te werken aan een pro forma ontbinding. In deze kwestie betrof het een arbeidsongeschikte werknemer, die met zijn werkgever was overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen per 1 november 2015 onder toekenning van een vergoeding van € 40.000 bruto. Deze vergoeding was in dit geval veel hoger dan de wettelijke transitievergoeding voor deze werknemer.
De kantonrechter oordeelt dat het opzegverbod wegens ziekte van de werknemer gezien artikel 7:671b lid 6 BW niet in de weg staat van ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van de werknemer. Partijen zijn het er immers over eens dat een zinvolle samenwerking niet meer mogelijk is. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden per 1 november 2015.
Het verzoek tot toekenning van een bedrag van € 40.000 bruto als billijke vergoeding wijst de kantonrechter af. De kantonrechter benadrukt dat in het kader van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst de wet de kantonrechter slechts de mogelijkheid biedt om twee soorten vergoedingen toe te kennen, te weten de transitievergoeding en de billijke vergoeding. Toekenning van een billijke vergoeding aan een werknemer is bedoeld voor een geval waarin sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, zoals onder andere in artikel 7:671b lid 8 sub c BW is bepaald. Nu daarvan geen sprake is, wijst de kantonrechter het verzoek tot een billijke vergoeding ter hoogte van € 40.000 bruto af. De kantonrechter kent echter de over en weer afgesproken vergoeding op basis van een andere grond wel uiteindelijk toe aan de werknemer. De kantonrechter kiest er namelijk voor om in de uitspraak op te nemen dat werknemer wel recht heeft op een vergoeding ter hoogte van € 40.000 bruto vanwege inkomstenderving, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht wordt te zijn inbegrepen.

Kantonrechter Almelo
In Almelo durft de kantonrechter, zonder dat hij partijen heeft gesproken, niet zo ver te gaan. De kantonrechter oordeelt op basis van pro-forma stukken dat partijen een ontbinding willen op een latere datum (1 januari 2016) dan de van toepassing zijnde opzegtermijn (de opzegtermijn verkort met de proceduretijd, met dien verstande dat een termijn van minimaal een maand in acht wordt genomen). De kantonrechter stelt ook vast dat werkgever en werknemer verzoeken om een veel hogere vergoeding dan de wettelijke transitievergoeding. Het verzoek lijkt daarom te moeten worden afgewezen, aldus de kantonrechter. De kantonrechter bepaalt daarom een mondelinge behandeling om de kwestie met de partijen te bespreken, alvorens hij uitspraak doet. De uitkomst van de mondelinge behandeling is nog niet bekend. De kantonrechter te Almelo vindt dus een inhoudelijk behandeling van de zaak noodzakelijk.

Tip: verzoekschrift indienen op grond van artikel 96 Rv
Partijen hadden er ook voor kiezen om een procedure te starten op grond van artikel 96 Rechtsvordering. Artikel 96 Rechtsvordering biedt een alternatief voor werkgever en werknemer om via de kantonrechter tot een snelle rechterlijke uitspraak ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Dit is de route van het gezamenlijke verzoek aan de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarbij partijen overigens ook nog met elkaar het hoger beroep kunnen uitsluiten. Tevens biedt dit als voordeel dat partijen de rechter kunnen vragen om in de uitspraak de eventueel hoger overeengekomen transitievergoeding vast te laten leggen.

Esther van den Bergh
advocaat arbeidsrecht bij AWVN-advocaten
Weblog van 13 augustus 2015 

Link naar uitspraak 1 en uitspraak 2