WWZ: de eerste ontbindingsuitspraken, deel 1

De eerste rechterlijke uitspraken die betrekking hebben op de nieuwe ontslagregels uit de Wet werk en zekerheid zijn een feit. Het gaat om een drietal ontbindingsbeschikkingen ex artikel 7:671b BW van de kantonrechter uit Leeuwarden. In alle zaken gaat het om het ontslag van werknemers in het onderwijs.

Eerste zaak: ontbinding arbeidsovereenkomst directeur school wegens disfunctioneren (d-grond). Ondanks dat werknemer een passende functie weigert, krijgt hij geen verkorting ontbindingstermijn. Geen recht op transitievergoeding, omdat werknemer recht heeft op bovenwettelijke uitkering (overgangsrecht). Geen verplichting om billijke vergoeding te betalen, omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de school.

De eerste zaak betrof een werknemer die sinds 1980 werkzaam was op een school, laatstelijk als directeur. Hij is in dienst van een stichting. In de laatste paar jaar hebben er verschillende coachingstrajecten en functioneringsgesprekken met de directeur plaatsgevonden en is er ook een verbetertraject gestart. Omdat dit alles geen succes blijkt te zijn en werknemer weigert een andere herplaatsingsfunctie van groepsleerkracht te accepteren, verzoekt de stichting ontbinding wegens disfunctioneren (de d-grond van artikel 7:669 lid 3 BW) zonder toekenning van een vergoeding. Daarnaast heeft de stichting tevens verzocht om op bij het bepalen van de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst géén rekening te houden met de opzegtermijn, omdat het weigeren van een (in de ogen van de stichting) passende functie ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer is.

Het verweer van werknemer strekt tot afwijzing van het verzoek. Als het verzoek wordt toegewezen, verzoekt hij een (maximale) transitievergoeding van € 75.000 bruto of een billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever vanwege het feit dat de stichting weigert om hem te werk te stellen in de functie van directeur of een andere passende functie.

De kantonrechter oordeelt dat de door de stichting naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding opleveren (zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder d BW). De kantonrechter oordeelt verder dat herplaatsing van werknemer in een andere passende functie binnen een redelijke termijn niet in de rede ligt, omdat de functies waarvan de directeur heeft gesteld dat deze voor hem passend zijn, waaronder de functie van adjunct-directeur, niet voorkomen binnen het functiebouwwerk van de stichting, zodat herplaatsing in een dergelijke functie bij de stichting niet tot de mogelijkheden behoort. Plaatsing van werknemer als directeur op een andere school kan daarnaast, gezien de ‘geschiktheidsissues’ van werknemer als directeur, niet van de stichting worden gevergd. Ten aanzien van de aan werknemer aangeboden functie van groepsleerkracht, die de kantonrechter trouwens passend acht omdat hij in het verleden ook als leerkracht heeft gewerkt en nadien incidenteel nog is bijgesprongen als leerkracht, overweegt de kantonrechter dat werknemer deze meerdere malen heeft geweigerd, zodat ook herplaatsing in die functie inmiddels niet meer in de rede ligt.

Het ontbindingsverzoek wordt dan ook toegewezen. Ten aanzien van het extra verzoek van de stichting tot verkorting van de ontbindingstermijn waartegen de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden, overweegt de kantonrechter dat de verzochte ontbinding niet het rechtstreeks gevolg is van het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, waardoor deze termijn niet verkort zal worden. Verder oordeelt de kantonrechter dat er geen recht op een transitievergoeding is, omdat de werknemer op basis van de cao voor het Primair Onderwijs (meer in het bijzonder de Regeling Werkloosheidsregeling Onderwijspersoneel – WOPO-regeling) aanspraak kan maken op een bovenwettelijke WW-uitkering en deze regeling voor 1 juli 2015 is overeengekomen met de vakverenigingen, waardoor het overgangsrecht van toepassing is. Tot slot ziet de kantonrechter geen aanleiding om aan werknemer ten laste van de stichting een billijke vergoeding toe te kennen. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de stichting, vanwege het feit dat de stichting weigert om hem te werk te stellen in de functie van directeur of een andere passende functie, is geen sprake.

Conclusie
In deze zaak heeft de stichting goed duidelijk kunnen maken dat er een redelijke grond voor ontbinding aanwezig is. Zo heeft de stichting de werknemer, mede door de frequente inzet van coaching, in voldoende mate in de gelegenheid gesteld zijn functioneren te verbeteren en is hem daartoe ook voldoende tijd gegeven, terwijl bovendien op basis van de door de stichting overgelegde stukken voldoende is komen vast te staan dat werknemer zich in zijn functie van directeur in de hem daarvoor gegunde tijd onvoldoende heeft verbeterd en dat het vertrouwen in een alsnog adequaat functioneren als directeur ontbreekt.

Naast dat de stichting de d-grond (‘disfunctioneren’) heeft aangetoond, heeft zij ook duidelijk kunnen maken dat herplaatsing van de directeur binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is. De stichting heeft hierbij niet alleen de passende functie van groepsleerkracht aangeboden, die de werknemer geweigerd heeft, ook heeft zij duidelijk kunnen maken dat de herplaatsingsfuncties die de werknemer zelf naar voren bracht, niet passend waren.

Uit de uitspraak wordt verder ook duidelijk dat de omstandigheid dat werknemer weigerde de passende functie van groepsleerkracht te aanvaarden, geen reden is de opzegtermijn te verkorten bij het uitspreken van de ontbindingsdatum. Aan de andere kant is de weigering van de stichting de directeur tewerk te stellen als directeur van een andere school (dan de schoolinstelling waarvoor hij werkzaam was) ook geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de stichting waardoor de stichting een extra billijke vergoeding moet betalen.

mr. JFoto Jop Ringeling.PNGop Ringeling,
advocaat arbeidsrecht bij AWVN-advocaten

Weblink naar uitspraak 

Weblog van 4 augustus 2015