Soorten pensioenregelingen

​Sinds de invoering van de Pensioenwet onderscheiden we drie soorten pensioensysteem (het zogeheten karakter van de pensioenregeling).

1. De uitkeringsovereenkomst

Afhankelijk van het salaris en/of de diensttijd (salaris-diensttijdsysteem) wordt een aanspraak op een uitkering vastgesteld. De begunstigde bouwt een recht op pensioen op dat niet afhankelijk is van het beleggingsresultaat van het pensioenfonds. Zowel het langlevenrisico als het beleggingsrisico ligt bij de pensioenuitvoerder.
Het salaris-diensttijdregeling is een zogeheten beschikbare uitkeringsregeling, ook bekend als DB-regeling (DB, Engels voor defined benefit).
Middelloon- en eindloonregelingen vallen onder dit type overeenkomst. Bij een middelloonregeling is de hoogte van het pensioen afhankelijk van het gemiddelde verdiende loon; bij een eindloonregeling is de hoogte van het pensioen afhankelijk  van het laatst verdiende loon.

2. De kapitaalovereenkomst

Alleen de hoogte van het kapitaal, eventueel verhoogd met de winstdeling bij ingang van het pensioen, staat in de overeenkomst vast. Gedurende de opbouwfase ligt het langlevenrisico bij de werknemer en het beleggingsrisico bij de pensioenuitvoerder.
Deze vorm van pensioenregeling komt in de praktijk overigens weinig voor.

3. De premieovereenkomst

De premie die de werkgever beschikbaar stelt, vormt het uitgangspunt. Het langlevenrisico en het beleggingsrisico kunnen tijdens de opbouwfase zowel bij de pensioenuitvoerder als bij de werknemer liggen.
Dit type overeenkomst heet ook wel een beschikbare premieregeling, een vorm van sparen voor pensioen waarbij de begunstigde het beleggingsrisico – de mogelijkheid dat het belegde pensioenvermogen op het moment van pensionering, als gevolg van ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten, minder waard is dan verwacht was – voor zijn rekening neemt.
Een beschikbare premieregeling heet ook wel DC-regeling (DC: Engels voor defined contribution). 

Hybride regelingen

Beschikbare uitkeringsregelingen, kapitaalregelingen en beschikbare premieregelingen vallen dus onder de drie karakters pensioensysteem die de Pensioenwet onderscheidt. Er zijn tegenwoordig echter ook pensioensystemen die tussenvarianten zijn: zogeheten hybride regelingen, met kenmerken van zowel een uitkerings- als een kapitaal- c.q. premieovereenkomst. De Pensioenwet eist dat als een werkgever die een dergelijke tussenvariant als pensioenregeling aanbiedt, het karakter van pensioensysteem expliciet benoemd wordt in de pensioenovereenkomst (en de keuze is dus beperkt tot één van de genoemde drie karakters).
Een relatief nieuw type hybride regeling dat In Nederland in opkomst is, is de collectief beschikbare-premieregeling (CDC-regeling; CDC: Engels voor collective defined contribution). Dit werkt in feite als een beschikbare uitkeringsregeling, maar begrenst het risico van een pensioentekort voor de werkgever.