Relevante wetgeving

​Elke pensioenregeling moet voldoen aan de eisen die de Pensioenwet stelt. Deze is op 1 januari 2007 in werking getreden – als opvolger van de uit 1952 daterende Pensioen- en Spaarfondsenwet. Een deel van de bepalingen uit de Pensioenwet trad direct op 1 januari 2007 in werking; de rest van de bepalingen is op 1 januari 2008 (bepalingen voor pensioenfondsen) of 1 januari 2009 (bepalingen voor verzekeraars) in werking getreden. Inmiddels zijn er ook in de nieuwe Pensioenwet alweer een aantal wijzigingen doorgevoerd.

Met de inwerkingtreding van de Pensioenwet deed een nieuw begrip z'n intrede: de pensioenovereenkomst - vroeger bekend als de pensioentoezegging. De Pensioenwet verplicht de werkgever om de werknemer binnen een maand na indiensttreding te informeren of hij al dan niet een aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst doet. Als er in het bedrijf geen pensioenregeling van kracht is, moet de werkgever de werknemer daarover informeren. In de arbeidsovereenkomst moet worden vastgelegd of de werknemer wel of niet gaat deelnemen aan een pensioenregeling.
De werkgever moet ook aangeven wie de pensioenuitvoerder is. Er zijn drie soorten pensioenuitvoerders: pensioenfondsen, verzekeraars en – sinds 1 januari 2011 – de premiepensioeninstelling, kortweg PPI.

De Pensioenwet schrijft voor dat werkgever en pensioenuitvoerder een zogeheten uitvoeringsovereenkomst sluiten. Eén van de onderwerpen waarover werkgever en pensioenuitvoerder verplicht afspraken moeten maken in de uitvoeringsovereenkomst is de premiebetaling. De werkgever is verantwoordelijk voor de afdracht van de gehele premie aan de pensioenuitvoerder.

Op grond van de Pensioenwet moet in de pensioenovereenkomst expliciet zijn aangegeven wat het zogeheten karakter is van de pensioenregeling. In de praktijk zijn er namelijk verschillende pensioenvormen ontstaan, waardoor het voor de werknemer niet altijd duidelijk is welke risico’s er voor hem aan de pensioenregeling vastzitten. De Pensioenwet verplicht voor elke regeling duidelijk te verschaffen over de vraag of er sprake is van een uitkerings-, kapitaal- of premieovereenkomst.

De pensioenuitvoerder stelt het pensioenreglement op waarin de rechten en plichten van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder zijn neergelegd.

​Aanpassingen Pensioenwet

De kostprijs voor pensioen is de afgelopen jaren fors gestegen als gevolg van demografische ontwikkelingen (meer uitkeringsgerechtigden en minder premiebetalers; beide groepen met een langere levensverwachting dan was voorzien), beleggingsresultaten die lager zijn dan waarop was gerekend (zonder ook dat er zicht is op herstel), grote variaties in de waarde van beleggingen, en de (zeer) lage marktrente. Mede als gevolg hiervan, vinden er geregeld aanpassingen van de Pensioenwet plaats. Zie hiervoor o.a. Actuele ontwikkelingen op het gebied van pensioenregelingen.