Europese sociale zekerheidsverordening

Elk land in de EU heeft zijn eigen regels voor sociale zekerheid, die ook van toepassing zijn op buitenlandse werknemers. De Europese sociale zekerheidsverordening schept orde in die wirwar.

Sinds 1 mei 2010 geldt een nieuwe versie van de verordening. De nieuwe sociale zekerheidsregels gelden voor de hele Europese Unie, de EER plus Zwitserland. De regels bestaan uit een basisverordening (EG 883/2004) en een toepassingsverordening (EG 987/2009). Er zijn lidstaten die in aanvulling op of in afwijking van de verordening een bilateraal verdrag inzake sociale zekerheid hebben gesloten (bijvoorbeeld Nederland en Oostenrijk). Het is dus van belang om na te gaan of, naast de verordening, sprake is van toepasselijk bilateraal Verdrag inzake sociale zekerheid.

Wat regelt de verordening nu eigenlijk?

Alle lidstaten van de EU hebben de sociale zekerheid in hun land op hun eigen manier geregeld. Coördinerende afspraken moeten ervoor zorgen dat die verschillen het vrije verkeer van werknemers niet belemmeren. De Europese sociale zekerheidsverordening voorkomt bijvoorbeeld dat iemand die vertrekt naar een andere lidstaat, zijn sociale zekerheidsrechten kwijtraakt of onder geen enkel verzekeringsstelsel valt. Omgekeerd beschermt zij mensen tegen dubbele verzekeringen of dubbele premies. Oftewel: de verordening bepaalt bij welke sociale verzekeringswetgeving een grensoverschrijdende werknemer is aangesloten.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen sinds 2010?

Doel van de nieuwe verordening is vereenvoudiging van de regels. De hoofdregel blijft dat iemand die in een ander land woont dan waar hij werkt – en uitsluitend werkzaam is in dat ene land – in het werkland verzekeringsplichtig is.
De nieuwe verordening heeft met name consequenties voor mensen die in twee of meer lidstaten werken. Iemand die één werkgever heeft en in meerdere landen werkt, is voortaan verzekerd in zijn woonland als hij daar – en dat is nieuw – een substantieel deel van zijn werkzaamheden verricht. Concreet betekent dit dat hij ten minste 25 procent van zijn tijd in het woonland moet werken, ofwel 25 procent van zijn loon daar moet verdienen. Onder de oude verordening was het al voldoende om één dag in de maand in het woonland te werken om daar verzekerd te zijn.
Het kan dus voorkomen dat iemand niet meer onder het verzekeringsstelsel van zijn woonland valt terwijl dat vroeger wel zo was. Dit is het geval bij een werknemer die niet voldoet aan de 25-procenteis. Voor hem gaat de sociale zekerheidswetgeving gelden van het land waar zijn werkgever is gevestigd. Als deze toevallig is gevestigd in het land waar de werknemer zelf ook woont, blijft hij in zijn woonland verzekerd. Zijn werkgever en werknemer echter niet in hetzelfde land gevestigd, dan verspringt de sociale zekerheid van woonland naar werkland.
De categorie werknemers die gelijktijdig voor meerdere werkgevers in verschillende landen werkt, valt hoe dan ook onder de sociale zekerheid van het woonland. Er geldt dan geen kwantitatief criterium.
De nieuwe regels gelden ook voor alle werknemers in de transportsector. Voor hen was er in het oude regime een speciaal transportartikel. Dat hield in dat werknemers per definitie verzekerd waren in het land van hun werkgever. Maar dat is niet meer zo: straks vallen chauffeurs die meer dan 25 procent werken in hun woonland, onder het verzekeringsstelsel van dat woonland.
Detachering is de uitzondering op de hoofdregel dat iemand verzekerd is in zijn werkland. Met andere woorden: gedetacheerde werknemers vallen onder het verzekeringsstelsel van het land van waaruit ze gedetacheerd worden. Deze uitzondering is bedoeld om overbodige administratieve formaliteiten te voorkomen als iemand slechts tijdelijk een opdracht in het buitenland uitvoert. De nieuwe verordening verandert hier niets aan. Wel wordt de periode van detachering verlengd: dit is voortaan direct mogelijk voor 24 maanden, in plaats van de maximumperiode van 12 maanden met een verlengingsmogelijkheid van 12 maanden die vroeger gold.

Hoe moeten werkgevers met de veranderingen omgaan?

Voor bepaalde categorieën werknemers kan de sociale zekerheid ‘verspringen’. Dat betekent dat werkgevers in een andere lidstaat premies moeten gaan betalen. Van belang is om eerst goed in kaart te brengen welke werknemers precies in deze groep vallen. Kijk ook zorgvuldig naar de thuis- en telewerkmogelijkheden binnen de organisatie. Mensen die bijvoorbeeld ruim één dag per week thuiswerken, voldoen al gauw aan de 25-procenteis.
Daarna is het zaak om goede voorlichting te geven: niet alleen over de inhoud van de verordening, maar ook over de gevolgen van een keuze voor een ander sociale zekerheidsstelsel.
Het mag misschien leuk klinken om aansluiting te zoeken bij een ogenschijnlijk beter buitenlands systeem, maar het kan buitengewoon onhandig zijn als arbeidsovereenkomst en cao in het ene land gegrond zijn en de sociale zekerheid ergens anders. Het inkomensgebouw past dan immers niet goed meer in elkaar. Ga hoe dan ook met de werknemers in gesprek. Het zou erg vervelend zijn als een werknemer zonder iets te zeggen wisselt van verzekering, waardoor de werkgever braaf de premies betaalt in Nederland, maar later een premienota van de Franse bevoegde instantie op de deurmat krijgt. Regel het dus liever vooraf, zodat de premiebetaling tijdig stopt dan wel start.

Wat is een werkgever verplicht te doen?

Een werkgever heeft de wettelijke plicht om werknemers die langer dan een maand in het buitenland verblijven, te informeren over hun sociale verzekeringssituatie. Doet hij dit niet, dan is hij aansprakelijk voor eventuele schade. Stel dat een niet-geïnformeerde werknemer zich voortaan laat verzekeren in België, maar achteraf blijkt dat hij beter af was geweest als hij gewoon in Nederland verzekerd was gebleven, dan is de werkgever de pineut. Want als de werknemer goed was voorgelicht, had hij een andere keuze gemaakt.
Werkgevers kunnen overigens geconfronteerd worden met (fors) hogere kosten als een werknemer kiest voor een sociale verzekering over de grens.  


​Overgangsregeling

Werknemers die op het moment van de introductie van de nieuwe sociale zekerheidsverordening eigenlijk onder een ander sociaal verzekeringsstelsel vielen, konden er in 2010 voor kiezen om nog tien jaar onder het oude recht te vallen (zolang zijn situatie niet verandert). Deze overgangsregeling is tot 30 april 2020 van kracht. Vanaf die datum valt iedereen onder het nieuwe systeem.


 

​Continentaal plat

Sinds 1 januari 2012 vallen alle werknemers die werken op het Nederlands continentaal plat (NCP) onder de Nederlandse sociale zekerheidswetten. Dit is geregeld in de Wet sociale verzekering continentaal plat. Sinds 1 januari 2013, als gevolg van een wijzigingsbesluit in verband met de Wet sociale verzekeringen continentaal plat, ook zelfstandigen die in het buitenland wonen en die werken op het Nederlands deel van het continentaal plat, verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen. Voorwaarde is wel dat deze buitenlandse zelfstandigen in Nederland inkomstenbelasting betalen.