Fusiegedragsregels en overlegverplichtingen

Behalve van overlegverplichtingen in het kader van de WOR, is er in geval van een fusie ook sprake van overlegverplichtingen die voortvloeien uit de zogeheten Fusiegedragsregels.

​De SER-Fusiegedragsregels 2015 (hierna: de Fusiegedragsregels) hebben betrekking op de bescherming van de belangen van werknemers. Alle soorten fusies zijn in beginsel fusies als bedoeld in de Fusiegedragsregels. Achtergrond van de Fusiegedragsregels is bescherming van de belangen van de werknemers die bij de betreffende fusie betrokken zijn door het voorschrift dat voorafgaande aan de fusie met vakorganisaties wordt overlegd.

Toepassing
De Fusiegedragsregels zijn van toepassing als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• bij de fusie is ten minste één in Nederland gevestigde onderneming betrokken, waarin in de regel 50 of meer werknemers werkzaam zijn, of
• een bij de fusie betrokken onderneming maakt deel uit van een samenstel van ondernemingen (concern) en in
de daartoe behorende in Nederland gevestigde ondernemingen tezamen zijn in de regel 50 of meer werknemers
werkzaam.
De Fusiegedragsregels zijn echter niet van toepassing als:
• alle bij de fusie betrokken ondernemingen behoren tot één samenstel van ondernemingen (concern)
• de fusie berust op het personen-, familie-, faillissements- of erfrecht
• bij de onderneming of de gezamenlijke ondernemingen waarin de zeggenschap door fusie overgaat, in de regel
minder dan 10 werknemers werkzaam zijn
• de fusie niet tot de Nederlandse rechtssfeer behoort1.
Sinds 1 oktober 2015 zijn de Fusiegedragsregels zowel van toepassing op het bedrijfsleven als op de overheid, de non-profit sector en vrije beroepen. Door een bepaling in de cao kan de norm van 50 werknemers worden verlaagd.

Inhoud van de verplichtingen
De Fusiegedragsregels schrijven voor dat vóórdat over de voorbereiding of totstandkoming van een fusie een openbare mededeling wordt gedaan, de vakorganisaties van de inhoud daarvan in kennis worden gesteld.
Op iedere bij de fusie betrokken onderneming rust voorts de verplichting om2:
1 de vakorganisaties over de fusie in kennis te stellen voordat zij overeenstemming bereiken over die fusie; vakorganisaties hebben een geheimhoudingsplicht, tenzij het tegendeel schriftelijk aan hen is medegedeeld
2 een overeenkomstige mededeling aan het secretariaat van de SER te doen.
3 aan vakorganisaties een schriftelijke uiteenzetting te geven inzake:
• de motieven voor de fusie
• de voornemens m.b.t. het in verband met de fusie te voeren ondernemingsbeleid
• de te verwachten sociale, economische en juridische gevolgen van de fusie en in samenhang daarmee voorgenomen maatregelen
4 vakorganisaties in de gelegenheid te stellen hun oordeel te geven over de in voorbereiding zijnde fusie, en daarbij (tenzij vakorganisaties dit niet nodig oordelen) aandacht te besteden aan:
• de grondslagen van het in verband met de fusie te voeren ondernemingsbeleid met inbegrip van sociale,
economische en juridische aspecten daarvan
• de grondslagen van maatregelen tot het voorkomen, wegnemen of verminderen van eventuele nadelige
gevolgen voor werknemers, waaronder het verstrekken van financiële tegemoetkomingen
• het tijdstip en de wijze waarop het personeel zal worden ingelicht
• de verslaglegging van de gevoerde besprekingen. Eventueel opgemaakte verslagen worden aan iedere deelnemer
aan de betrokken besprekingen verstrekt
5 aan vakorganisaties nadere gegevens te verstrekken als zij dit wensen, voorzover die gegevens voor hun
oordeelsvorming redelijkerwijs nodig moet worden geacht en voorzover dat redelijkerwijs kan worden gevergd.

Met betrekking tot de gedragsregels in de hiervoor genoemde punten 3, 4 en 5 geldt een geheimhoudingsplicht als aan de vakorganisaties vóór het verstrekken van de gegevens bij (aangetekende) brief is medegedeeld dat geheimhouding wordt verzocht. Ten opzichte van vakorganisaties die binnen drie werkdagen na de dag van verzending van de brief de verlangde geheimhouding schriftelijk hebben afgewezen, behoeven de in de punten 3, 4 en 5 genoemde gedragsregels niet in acht te worden genomen, tenzij tijdig alsnog schriftelijk geheimhouding wordt aanvaard. Over het beeindigen van de geheimhoudingsplicht (geheel of gedeeltelijk) belissen betrokken partijen in onderling overleg.

Als een algemeen voor het effectenverkeer geldend voorschrift zich tegen voorafgaande kennisgeving verzet, dient de kennisgeving aan de vakorganisaties uiterlijk op het moment waarop de openbare mededeling wordt gedaan, plaats te vinden.
Op grond van de bovenstaande gedragsregels komen vakverenigingen tot een oordeel over de fusie, dat van invloed kan zijn op het al dan niet totstandkomen van de fusie en de modaliteiten daarvan. De betrokken ondernemingsraden worden in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het oordeel van vakorganisaties. De ondernemingsraden kunnen rekening houden met het oordeel bij het uitbrengen van een advies op grond van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR).

Bij de Geschillencommissie Fusiegedragsregels kunnen partijen betrokken bij de fusie een geschil aanhangig maken over niet of niet behoorlijk naleven van de fusiegedragsregels. De beslissing van de geschillencommissie in een bij haar aangebracht geschil is openbaar.  

1 Dit betekent dat de regels niet van toepassing zijn op de fusie van twee of meer (grotendeels) buitenlandse concerns waar over de uiteindelijke zeggenschap buiten Nederland wordt uitgeoefend, ook al behoren tot deze concerns een of meer in Nederland gevestigde ondernemingen met 50 of meer werknemers. Heeft evenwel een in het buitenland gesloten fusietransactie alléén of in hoofdzaak betrekking op de overdacht van (de aandelen in) een in Nederland gevestigde, tot een buitenlands concern behorende onderneming aan een andere buitenlander, dan zijn de fusiegedragsregels wél van toepassing.

2 Als een algemeen voor het effectenverkeer geldend voorschrift zich tegen voorafgaande kennisgeving verzet, dient de kennisgeving aan de vakorganisaties uiterlijk op het moment waarop de openbare mededeling wordt gedaan, plaats te vinden.