Hoge Raad vraagt Hof van Justitie EG of weigering hypotheekrenteaftrek voor buitenlandse belastingplichtige verenigbaar is met EG-recht
Op 22 december 2006 heeft de Hoge Raad aan het Europese Hof van Justitie (in het vervolg HvJ EG) verzocht een uitspraak te doen over de kwalificatie van hypotheekrente. Het ging om het volgende.
X heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij woont in België. Hij werkt in Nederland bij een gemeente. Het geschil betreft de belastingjaren 1996 en 1997. Bij het vaststellen van de aanslagen inkomstenbelasting over de betrokken jaren weigert de belastinginspecteur rekening te houden met het door X in aanmerking genomen huurwaardeforfait dat betrekking heeft op de Belgische woning en de door X betaalde hypotheekrente voor de verwerving van die woning. X stelt dat uit de jurisprudentie van het HvJ EG volgt dat hij, aangezien hij (vrijwel) zijn gehele inkomen in Nederland verwerft, in Nederland recht heeft op dezelfde persoonsgebonden aftrekposten als binnenlands belastingplichtigen en dat hij daarom recht heeft op verrekening van het verlies uit eigen woning (huurwaardeforfait en betaalde hypotheekrente) en zijn Nederlandse arbeidsinkomen.
Volgens Nederlands fiscaal recht heeft een buitenlands belastingplichtige (iemand die fiscaal geen inwoner is van Nederland) geen recht op aftrek van hypotheekrente, tenzij hij opteert voor de behandeling als fictief binnenlands belastingplichtige. Dit kan op gespannen voet staan met jurisprudentie van het HvJ EG waarin is bepaald dat een EU-onderdaan die (vrijwel) zijn gehele inkomen verwerft in een EU-lidstaat, recht heeft op dezelfde fiscale behandeling als een binnenlands belastingplichtige (iemand die fiscaal inwoner is van Nederland), rekening houdend met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige.
De vraag is nu of onder toepassing van het EG-recht een buitenlands belastingplichtige die in Nederland (vrijwel) zijn gehele inkomen verwerft recht heeft op verrekening van het verlies uit eigen woning (huurwaardeforfait minus betaalde hypotheekrente) met een positief saldo aan Nederlands arbeidsinkomen, aangezien de mogelijkheid om te verrekenen ook wordt geboden aan binnenlands belastingplichtigen. Gezien de onduidelijkheid in de jurisprudentie van het HvJ EG op dit punt heeft de Hoge Raad besloten om hierover vragen te stellen aan het HvJ EG. Wij volgen deze zaak en houden u van toekomstige ontwikkelingen op de hoogte.
Wij maken u erop attent dat met ingang van 1 januari 2001 buitenlands belastingplichtigen kunnen opteren om te worden behandeld als binnenlands belastingplichtigen (keuzeregeling). De optie maakt dat buitenlands belastingplichtigen, mits aan de voorwaarden is voldaan, onder andere de in het buitenland betaalde hypotheekrente kunnen verrekenen met het Nederlandse arbeidsinkomen. Echter, de regeling kent een terugploegregeling als in een jaar niet langer gekozen wordt voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige. Onder de terugploegregeling worden in het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin niet langer wordt gekozen voor binnenlandse belastingplicht, alle bedragen die onder de keuzeregeling in mindering zijn gebracht op het inkomen bij het inkomen worden geteld. De gevolgen van de terugploegregeling kunnen worden vermeden als het HvJ EG beslist dat een EU onderdaan die gebruik maakt van het recht op vrij verkeer van werknemers recht heeft op aftrek van hypotheekrente, als hij in een vergelijkbare positie verkeert als een binnenlands belastingplichtige.
Wij adviseren AWVN-leden die met de terugploegregeling worden geconfronteerd bezwaar te maken tegen de aanslag inkomstenbelasting met een verwijzing naar deze procedure. Wij verwachten dat de belastingdienst, het Gerechthof en de Hoge Raad de procedure zullen aanhouden totdat het HvJ EG op de vragen van de Hoge Raad heeft geantwoord.
Meer weten? AWVN-werkgeverslijn, (023) 510 11 05 of werkgeverslijn@awvn.nl.