Wet werken naar vermogen gaat niet door
Uitgangspunt van de Wet werken naar vermogen (WWNV) was dat mensen met een arbeidsbeperking in eerste instantie werk zouden zoeken bij een gewone werkgever. Als dat echt niet zou lukken, moest het sociale vangnet uitkomst bieden. Konden zij echter parttime aan de slag, dan zou de overheid het inkomen aanvullen tot maximaal het wettelijk minimum. De werkgever zou in die gevallen dus alleen dat deel van het loon betalen waarvoor de werknemer daadwerkelijk arbeidsproductief is.
De wet moest een samenvoeging worden van de Wet arbeidsongeschiktheidsuitkering jonggehandicapten (Wajong), Wet sociale werkvoorziening (WSW), Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren (WIJ).
Wat betekent het niet doorgaan van Werken naar vermogen?
Dat er verschillende regimes blijven bestaan voor mensen met arbeidsvermogen. Zo wordt de Wajong niet beperkt tot mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en vindt er geen aanscherping van de indicatiestelling Wsw plaats. Gemeenten krijgen niet de beschikking over het instrument loondispensatie. Er komt geen gebundeld participatiebudget. De efficiencykorting op de WSW zal niet doorgaan, evenals de herstructureringsfaciliteit van 400 miljoen euro.
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews
rendertime: 12ms
