Mogelijke verruiming inlenersaansprakelijk voor bedrijfsongeval zzp'er
Het draaide om de volgende zaak. In opdracht van een onderneming voerde een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) reparatie- en revisiewerkzaamheden aan machines uit. Het bedrijf verwerkt resthout uit de houtindustrie tot houtkrullen en houtkorrels. Tijdens deze werkzaamheden krijgt de zzp’er een ernstig ongeval; als gevolg waarvan moet zijn rechterbeen boven de knie geamputeerd. Hij houdt zijn opdrachtgever aansprakelijk voor de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval.
Bij de rechter baseert hij zijn vordering op inlenersaansprakelijkheid. Als een werkgever tekort is geschoten in het treffen van veiligheidsmaatregelen, is deze in het algemeen aansprakelijk voor de gevolgen daarvan ten opzichte van de 'eigen' werknemers maar ook voor uitzendkrachten en ingeleend personeel. Een nog niet eerder beantwoorde vraag was of ook zelfstandigen onder de reikwijdte van deze inlenersaansprakelijkheid vallen.
De rechtbank en het gerechtshof in Arnhem hadden eerder de vordering afgewezen omdat de werkzaamheden van de zzp’er niet zouden zijn verricht in de 'uitoefening van het bedrijf', zoals de wet verlangt. Concreet konden reparatie- of revisiewerkzaamheden van machines moeilijk gerekend worden tot de gebruikelijke werkzaamheden van het bedrijf. Onbeantwoord bleef dan ook de vraag of de inlenersaansprakelijkheid ook kon gelden voor zelfstandig ondernemers.
De Hoge Raad vernietigde op 23 maart het arrest van het gerechtshof en oordeelde dat de werkzaamheden van de zzp’er wel degelijk zijn verricht in de uitoefening van het bedrijf omdat één van de activiteiten er nu juist uit bestond het voor derden op locatie verrichten van reparaties en de technische kennis hiervan ook bij het bedrijf aanwezig was.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat inlenersaansprakelijkheid kan bestaan voor personen buiten dienstbetrekking waarvoor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van de opdrachtgever. Of dit in casu ook zo is, zal aan de hand van de omstandigheden van het geval bepaald moeten worden, waarbij ook van belang zijn de feitelijke verhouding tussen betrokkenen en de aard van de verrichte werkzaamheden, en de mate waarin de 'werkgever' invloed heeft op de werkomstandigheden en de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het gerechtshof in ’s Hertogenbosch voor verdere behandeling en een definitieve beslissing.
AWVN ziet deze mogelijke verruiming van de aansprakelijkheid van werkgevers voor schade van zzp’er als minder wenselijk, omdat partijen er nu juist voor hebben gekozen het arbeidsrecht uit te sluiten. Bovendien kan een zzp’er in staat worden geacht een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Een opdrachtgever zou zulks zelfs van de zzp’er kunnen verlangen en contractueel vastleggen.
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews
rendertime: 12ms
