Tussenevaluatie Werkkostenregeling
De belangrijkste punten uit de tussenevaluatie zijn:
• de forfaitaire ruimte zal met ingang van 2013 worden verhoogd van 1,4% naar 1,6%, op voorwaarde dat per 2013 de Wet uniformering loonbegrip in werking treedt
• er komt een versoepeling bij loon in natura waarvoor werknemers een eigen bijdrage betalen, bijvoorbeeld bij het verstrekken van een maaltijd in de bedrijfskantine. In plaats van een administratie op werknemersniveau komt er een regeling waarbij werkgevers op collectief niveau een eventueel loonvoordeel berekenen. De nieuwe regeling ziet niet alleen op kantinemaaltijden, maar zou ook zien op andere vormen van loon in natura
• de evaluatie van de werkkostenregeling, die beoogd was voor 2013, wordt één jaar naar voren gehaald en zal plaatsvinden in 2012.
Een zeer opvallend punt uit de tussenevaluatie gaat over de zogeheten verduidelijking van het loonbegrip.
Er zijn bij de Belastingdienst en het ministerie van Financiën veel vragen binnengekomen over de grenzen van het loonbegrip, ook van AWVN. De wettelijke definitie van het loonbegrip is met de invoering van de Werkkostenregeling uitgebreid met hetgeen de werkgever vergoedt of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking. De gangbare opvatting is dat onder de Werkkostenregeling het loonbegrip is verruimd. Dit is door het ministerie van Financiën overigens altijd ontkend. Het gevolg van deze verruiming is volgens AWVN optiek geweest dat ook vergoedingen en verstrekkingen met een puur zakelijk karakter tot het loon moeten worden gerekend. In de brief waarin de staatssecretaris van Financiën de resultaten van de tussenevaluatie bekendmaakt, verduidelijkt hij dit onderdeel van het loonbegrip. Hij zegt dat niet alle voorzieningen die een werkgever voor een werknemer treft, loon zijn. Wil een voorziening als loon kunnen worden aangemerkt, dan moet de voorziening een privévoordeel voor de werknemer met zich brengen (voordeelcriterium). Voorzieningen die geen privévoordeel met zich brengen vormen geen loon en blijven daarom onbelast, onafhankelijk van de vraag of ze op de werkplek worden gebruikt of verbruikt.
AWVN begrijpt de verduidelijking van het loonbegrip als volgt. Een voorbeeld van een dergelijke voorziening is de ter beschikking gestelde printer op de werkplek thuis. Onder de oude definitie kwam de printer die de werkgever op de werkplek thuis aanbracht voor de waarde in het economisch verkeer ten laste van het algemene forfait van 1,4%. Immers, er kan geen gebruik worden gemaakt van de nihilwaardering voor geheel of gedeeltelijk op de werkplek gebruikte voorzieningen, omdat de thuiswerkplek niet als werkplek voor de werkkostenregeling wordt aangemerkt. Als de werkgever en werknemer kunnen aantonen dat de werknemer geen privévoordeel heeft van de printer, bijvoorbeeld omdat de printer niet privé wordt gebruikt, dan is de printer geen loon en komt dus ook niet ten laste van het algemene forfait.
AWVN vindt het een goede zaak dat de staatssecretaris van Financiën de resultaten van de tussenevaluatie snel deelt met de werkgevers die het aangaat. De tussenevaluatie vermeldt dat de systematiek van de Werkkostenregeling goed is, maar dat de reacties op de Werkkostenregeling sterk uiteen lopen. Dat is een beeld dat AWVN herkent.
De verduidelijking van het loonbegrip komt als een konijn uit de hoed. Het aanpassen van één van de fundamenten van de werkkostenregeling, het loonbegrip, zou wat AWVN betreft beter passen in een besluit.
code: WPNEWS
name: wpNews
friendlyname: News
class: wpnews
rendertime: 13ms
