Wetsvoorstel WWZ nadert eindfase

14-05-2014

De Eerste Kamercommissie SZW heeft op 13 mei 2014 besloten tot een tweede ronde in de schriftelijke voorbereiding: op 20 mei a.s. levert de commissie de inbreng voor het nader voorlopig verslag.

De commissie overweegt het wetsvoorstel op 3 juni 2014 plenair te behandelen, onder voorbehoud dat de schriftelijke behandeling tijdig is afgerond.

In het nader voorlopig verslag kan worden ingegaan op de antwoorden die de regering in de memorie van antwoord heeft gegeven. Het is vervolgens aan minister Asscher om op het nader voorlopig verslag in een nadere memorie van antwoord te antwoorden.

De Eerste Kamercommissie SZW heeft de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel WWZ op 1 mei 2014 van minister Asscher ontvangen. De memorie van antwoord bevat de reactie op de vragen en opmerkingen uit het voorlopig verslag van de commissie zoals dat op 23 april 2014 is vastgesteld.

De commissie had onder meer gevraagd of, met het oog op voorlichting naar de praktijk en het korte tijdsbestek, de regering bezwaren heeft om het wetsvoorstel later in werking te laten treden, per 1 juli 2015. De regering ziet evenwel geen aanleiding om de wijzigingen die al per 1 juli 2014 zouden moeten ingaan (die gaan over proeftijd, concurrentiebeding, uitzendarbeid, loondoorbetalingsverplichting en aanzegtermijn) uit te stellen tot 2015. Beoogde ingangsdatum van de WWZ blijft dus nog steeds 1 juli aanstaande. Of dat gaat lukken, zal onder meer afhangen van de tijdige afronding van de schriftelijke behandeling.
De memorie van antwoord geeft op een aantal punten verduidelijking en kondigt ook de nodige reparatiewetgeving aan die op korte termijn bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Het betreft hier met name reparatie van onduidelijkheden en onvolkomenheden. Belangrijke inhoudelijke wijzigingen of aanpassingen zijn in de memorie niet te vinden. Zo persisteert de regering nog steeds in het handhaven van het opzegverbod voor zieke werknemers bij bedrijfseconomische ontslagen.

De memorie geeft wel meer duidelijkheid over de mogelijkheden van verrekening (en onmogelijkheden) bij de transitievergoeding. Zo maakt de regering bijvoorbeeld duidelijk dat kosten van loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie niet op de transitievergoeding in mindering mogen worden gebracht nu de werkgever hier al een wettelijke verplichting toe heeft. Bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid, ook als er sprake is van een IVA-uitkering waardoor re-integratie niet aan de orde is, is de werkgever de transitievergoeding verschuldigd. Gelet op het doel van de transitievergoeding, dat tweeledig is (compensatie voor ontslag èn bevordering transitie van-werk-naar-werk) bestaat volgens de regering geen rechtvaardiging om onderscheid te maken tussen arbeidsongeschikte werknemers (met een IVA-uitkering) en andere werknemers.

Marco Veenstra

Meer weten? Meld u aan voor een van de vijf voorlichtingsbijeenkomsten.