Wetsvoorstel wijziging Arbowet

29-12-2015

Naar aanleiding van SER- advies heeft de minister van SZW een wetsvoorstel ingediend voor wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet.

Het wetsvoorstel
De regering heeft op 10 juli 2013 advies gevraagd aan de Sociaal Economische Raad (SER)
over de aanpak van de knelpunten aan de hand van enkele scenario’s over de
bedrijfsgezondheidszorg en de reguliere gezondheidszorg. De SER heeft op 19 september
2014 het advies Betere zorg voor werkenden: Een visie op de toekomst van de
arbeidsgerelateerde zorg uitgebracht.
Volgens de raad vormen preventie en werken aan duurzame inzetbaarheid de kern van een
toekomstig stelsel dat gericht is op het voorkómen van gezondheidsproblemen, verzuim en
uitval.
Naar aanleiding van het advies heeft de minister van SZW een wetsvoorstel ingediend
met daarin de volgende voornemens:
• versterking van de positie van de preventiemedewerker en samenwerking met de
arbodienstverleners (zijnde de arbodeskundigen, bedoeld in artikel 14, eerste lid);
• het verduidelijken van de adviserende rol van de bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding;
• het kunnen consulteren van de bedrijfsarts;
• meer ruimte voor professionele beroepsuitoefening door bedrijfsarts en andere
arbodienstverleners met taken uit de arboregelgeving;
• het basiscontract arbodienstverlening;
• meer mogelijkheden voor handhaving op bovenstaande onderwerpen, en toezicht.

Versterking van de positie van de preventiemedewerker en samenwerking met
arbodienstverleners.
De regering spant zich in voor de positie van de preventiemedewerker. Dit doet zij door:
‐ meer betrokkenheid bij de keuze van de persoon van de preventiemedewerker zodat er
binnen het bedrijf meer draagvlak ontstaat voor de preventiemedewerker.
‐ naast het instemmingsrecht in de WOR over het takenpakket van de preventiemedewerker
wil de regering in de wet regelen dat de OR instemmingsrecht krijgt over de persoon van de
preventiemedewerker en zijn positionering in de organisatie.
AWVN vindt
‐ De gevolgen hiervan zijn niet zo verstrekkend; instemming is al deels praktijk.
‐ De preventiemedewerker adviseert nu ook al geregeld de arbodienst‐verleners en werkt hij
zo nodig nauw met hen samen.

Adviserende rol van de bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding verduidelijken
In de huidige wet wordt voor de rol van de bedrijfsarts ten opzichte van de werkgever de
term bijstand gebruikt. Dit wordt vervangen door een adviserende rol die de bedrijfsarts
heeft bij de verzuimbegeleiding van individuele werknemers. De werkgever blijft
verantwoordelijk voor de begeleiding van de werknemers en wordt daarbij geadviseerd.
Deze rolverduidelijking beoogt met name de werkgever een scherper beeld te geven over
wat deze mag verwachten van de bedrijfsarts.
AWVN vindt
Daar waar de rol van de bedrijfsarts niet helder is kan nadere explicatie over de adviserende
rol mogelijk helpen.

Doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts voor consultatie
De consultatie van de bedrijfsarts door de werknemer moet – in afstemming met de
werkgever – in elk geval zodanig zijn ingericht dat er een adequate toegang is tot de
bedrijfsarts of arbodienst. Dat houdt tenminste in dat voor werknemers kenbaar moet zijn
dat iedere werknemer van de werkgever toegang heeft tot de bedrijfsarts. Daarbij moet
duidelijk zijn dat er zonder toestemming van de werkgever gebruik van kan worden
gemaakt, er geen onnodige drempels zijn wat betreft plaats en tijdstip van het consult en
dat de werkgever niet geïnformeerd wordt over het consult, de aanleiding noch de
uitkomsten van het consult op tot personen herleidbaar niveau. Uiteraard neemt de
bedrijfsarts bij dit alles ook het medisch beroepsgeheim in acht.
AWVN vindt
De toegang tot de bedrijfsarts leidt in de praktijk vooralsnog niet tot grote problemen. Het
wegnemen van eventuele drempels kan echter altijd bijdragen aan een betere
toegankelijkheid. Op bedrijfsniveau moet bekeken worden of er drempels zijn en op welke
wijze deze geslecht kunnen worden.

Professionele beroepsuitoefening door de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners
Volgens de regering is het belangrijk meer garanties te bieden voor een goede
beroepsuitoefening door de arbodienstverleners. Dit geldt in het bijzonder voor
bedrijfsartsen met zwaarwegende verplichtingen vanuit het medisch domein hebben. Om
die reden wordt voorgesteld in de Arbeidsomstandighedenwet specifieke rechten dan wel
verplichtingen op te nemen die bijdragen aan de goede beroepsuitoefening van de
bedrijfsarts. Het gaat hierbij om:
− bezoek van de werkplek: de verplichting van de werkgever om de bedrijfsarts in de
gelegenheid te stellen om iedere werkplek te bezoeken;
− second opinion: de verplichting van de bedrijfsarts om aan de werknemer, tenzij
zwaarwegende argumenten zich hiertegen verzetten, de mogelijkheid van een second
opinion te bieden; De bedrijfsarts die de second opinion uitvoert, bevindt zich buiten de
arbodienst of het bedrijf waar de eerste bedrijfsarts werkt. De resultaten van de second
opinion worden besproken met de eerste bedrijfsarts waarna de verdere begeleiding (indien
van toepassing) weer door deze wordt opgenomen. Indien de werknemer aangeeft geen of
onvoldoende vertrouwen te hebben in de bedrijfsarts voor de begeleiding dient de
bedrijfsarts met het oog op een tijdig herstel en terugkeer naar het werk te overwegen de
begeleiding aan een andere bedrijfsarts over te dragen;
− klachtenprocedure: de verplichting van de bedrijfsarts om een klachtenprocedure te
hebben, en
− voeren van overleg: het recht van de bedrijfsarts om overleg te hebben met de
preventiemedewerker, de ondernemingsraad, de personele vertegenwoordiging of met de
belanghebbende werknemers i.h.k.v. het bedrijfsbeleid aangaande gezond en veilig werken.
– melden van beroepsziekten: De overeenkomst van de werkgever met de
arbodienstverlener moet duidelijk zijn over het door of onder verantwoordelijkheid van de
bedrijfsarts opsporen, onderkennen, diagnosticeren – zo nodig door een andere deskundiger
bedrijfsarts – van beroepsziekten, het melden ervan conform de ministeriële regeling, en het
zo nodig vertalen ervan in een preventieve aanpak in het bedrijf of de sector. Het
wetsvoorstel regelt dat het niet melden van beroepsziekten door de bedrijfsartsen en
arbodiensten als overtreding wordt aangemerkt zodat de Inspectie SZW kan handhaven.
Deze voorgestelde wijziging, die de mogelijkheid creëert tot het opleggen van een boete aan
de bedrijfsarts, wordt voorwaardelijk in de wet opgenomen. Deze wijziging zal daardoor niet
gelijktijdig met de andere onderdelen van dit wetsvoorstel in werking treden
AWVN vindt
De invoering van de second opinion is waarschijnlijk een van de meest verstrekkende
maatregelen. Nut en noodzaak vallen te betwijfelen. Voor welk probleem is dit een
oplossing? De regering verwacht dat hiervan weinig gebruik. Als deze inschatting klopt is het
de vraag of hiervoor een wetswijziging nodig is.
Risico: er wordt een vraag gecreëerd door werknemers op grote schaal gelegenheid te
bieden een second opinion aan te vragen op kosten van de werkgever. Extra second
opinions, naast de reeds bestaande mogelijkheid bij het UWV, kunnen in de praktijk leiden
tot vertraging van de re‐integratie en daardoor tot extra verzuimkosten. Dit komt dan
bovenop de rechtstreekse kosten voor de second opinion.

Het basiscontract arbodienstverlening
Er is op dit moment een grote diversiteit aan contracten tussen arbodienstverleners en
werkgevers. De regering hecht ook aan de mogelijkheid voor maatwerk. Maar contracten
bevatten soms weinig voorzieningen. Dit kan leiden tot ontoereikende zorg. Daarom wordt
geregeld dat de wet minimumeisen stelt aan het contract tussen arbodienstverleners en
werkgevers – het basiscontract. De huidige wettelijke taken zijn het toetsen van de risicoinventarisatie
en ‐evaluatie, de deskundige begeleiding bij ziekte, het aanbieden van
(periodiek) arbeidsgezondheidskundig onderzoek, en indien relevant het verrichten van
wettelijk verplichte aanstellingskeuringen. De nieuwe wettelijke taken zijn:
‐ bieden van doeltreffende toegang voor consultatie van de bedrijfsarts door de werknemer.
‐ garanderen dat arbodienstverleners op professionele wijze hun werk kunnen uitvoeren.
(zie onder professionele beroepsuitoefening hierboven)
‐ het basiscontract moet ook de mogelijkheden voor handhaving door Inspectie bevorderen.
AWVN vindt
Een basiscontract kan, in gevallen waar nu minimum afspraken gelden, leiden tot meer
preventie en meer toereikende zorg.

Basisplus contract
Het staat de werkgever vrij om, in overleg met de arbodienstverleners en zijn werknemers,
meer taken (die niet in de Arbeidsomstandighedenwet staan vermeld) in het contract op te
nemen: het basisplus contract. Daarmee kan de effectiviteit van de dienstverlening worden
vergroot. De betrokken partijen kunnen dit zelf oppakken. Daarbij kan worden gedacht aan
voorzieningen op collectief niveau, bijvoorbeeld als een verzekeraar een contract sluit met
een groep bedrijven, door cao‐afspraken of door het ontwikkelen van een model voor een
contract plus door de sector of branche. Ook in het geval van een collectief contract blijft de
werkgever verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen rondom het contract.

Handhaafbaarheid en toezicht
De sanctie voor de werkgever die géén contract heeft met een bedrijfsarts of arbodienst
wordt aangescherpt. Bij het niet beschikken over een geldig contract volgt directe
boeteoplegging. Ook bij een overeenkomst met daarin niet alle verplichte elementen kan
een waarschuwing worden gegeven, aangemerkt worden als een overtreding en/of een eis
tot naleving worden gesteld.
De OR en PV hebben recht op een afschrift van een advies over de risico‐inventarisatie en –
evaluatie. Als een werkgever deze verplichting niet nakomt wordt dit aangemerkt als
overtreding.

Overgangsrecht
Het wetsvoorstel bevat overgangsrecht met betrekking tot de in te voeren
minimumvereisten voor arbo‐contracten. Als bij inwerkingtreding van deze wijzigingen de
dan bestaande contracten van werkgevers met arbodienstverleners niet voldoen aan de
nieuwe vereisten, kunnen deze contracten maximaal een jaar lang ongewijzigd blijven.

Jan Mathies