Wetsvoorstel werken na AOW-gerechtigde leeftijd

13-11-2014

Wetsvoorstel maakt vanaf 2016 doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd voor werkgever èn werknemer eenvoudiger en aantrekkelijker.

Minister Asscher heeft op 11 november 2014 het Wetsvoorstel werken na de AOW-gerechtigde leeftijd ingediend bij de Tweede Kamer. De beoogde datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2016.

Het wetsvoorstel op hoofdlijnen

Loondoorbetaling bij ziekte
• De loondoorbetalingsplicht, de re-integratieverplichtingen van de werkgever en het opzegverbod bij ziekte worden voor AOW-gerechtigden beperkt tot 6 weken (in plaats van 104 weken), onder meer ter beperking van de kosten van werkgevers bij ziekte.
• AOW-gerechtigden die werken als uitzendkracht, of van wie de arbeidsovereenkomst eindigt op of vlak na de eerste ziektedag krijgen recht op ZW-uitkering van maximaal 6 weken. Omdat voor AOW-gerechtigden geen premies werknemersverzekeringen meer zijn verschuldigd wordt het ziekengeld verhaald op de werkgever.
Einde dienstverband en tijdelijke contracten
• De opzegtermijn voor het opzeggen van een arbeidsovereenkomst met een AOW-gerechtigde werknemer wordt beperkt tot 1 maand (in plaats van maximaal 4 maanden).
• De zogenoemde ketenbepaling wordt aangepast voor AOW-gerechtigde werknemers:
- bij cao kan worden bepaald dat ten hoogste na 6 contracten of na 48 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Ook kan dan worden bepaald dat hierbij alleen de arbeidsovereenkomsten in aanmerking worden genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WML en WAA
• AOW-gerechtigden hebben voortaan recht op ten minste het minimumloon.
• De Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) wordt buiten toepassing verklaard voor AOW-gerechtigde werknemers, zodat de werkgever die de AOW-gerechtigde tewerkstelt niet wordt verplicht in te gaan op verzoeken om uitbreiding (of vermindering) van het aantal te werken uren.

AWVN vindt...
AWVN vindt het positief dat het wetsvoorstel een aantal barrières wegneemt die nu nog het doorwerken na de AOW-leeftijd belemmeren. Voor werkgevers is met name van belang dat de loondoorbetaling bij ziekte maximaal 6 weken wordt. Voor werknemers dat werkgevers sneller een verzoek om (gedeeltelijk) te mogen door werken zullen honoreren nu de wet dit faciliteert en dat zij ook recht hebben op het minimumloon. Voor beide partijen is het jammer dat volgens het voorstel de standaard ketenbepaling volgens de Wwz (maximaal 3 contracten in maximaal 2 jaar) ook op de AOW-gerechtigde werknemer van toepassing is. Hiervan kan alleen bij cao worden afgeweken, waarbij maximaal 6 contracten in maximaal 4 jaar mogelijk zijn. AWVN vindt dat dit de standaardbepaling zou moeten zijn, zodat ook werkgevers en werknemers waarop geen cao van toepassing is hiervan kunnen profiteren.
Werkgevers doen er volgens AWVN goed aan om tijdig te inventariseren of hun cao of arbeidsvoorwaardenregeling wel voldoende aansluit bij het wetsvoorstel. Zo kunnen bijvoorbeeld bepalingen over loondoorbetaling bij ziekte zo geformuleerd zijn dat er, ondanks de nieuwe wettelijke bepaling, toch recht blijft op loondoorbetaling voor maximaal 104 weken. Tijdige aanpassing is dan noodzakelijk.

Marco Veenstra (AWVN)