Wet algemeen pensioenfonds aan Tweede Kamer aangeboden

14-01-2015

​5 januari heeft Jetta Klijnsma, staatssecretaris van SZW, een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden: de Wet algemeen pensioenfonds (Apf).

Doel is het verbeteren van de keuzemogelijkheden voor werkgevers en werknemers om een goede en veilige pensioenuitvoering tegen een scherpe prijs te realiseren. Met de Apf wordt een nieuwe vorm van bundeling in de uitvoering van pensioenregelingen mogelijk gemaakt. Dit om schaalvoordelen te realiseren, om bestuurlijke lasten en uitvoeringskosten te kunnen beperken, en vanwege de noodzaak tot verdere consolidatie van de uitvoering van pensioenregelingen. De huidige keuzemogelijkheden – ander pensioenfonds, verzekeraar, premiepensioeninstelling (PPI), multi-ondernemingspensioenfonds (multi-opf) – kennen beperkingen in de mogelijkheden tot bundeling van verscheidene pensioenregelingen.

Kenmerken Apf
Het Apf wordt een vierde soort naast het ondernemingspensioenfonds, het bedrijfstakpensioenfonds, en het beroepspensioenfonds.
Definitie: ‘een pensioenfonds dat een of meerdere pensioenregelingen uitvoert en daarvoor een afgescheiden vermogen aanhoudt per collectiviteitskring….’
Er is voorafgaand een vergunning vereist zoals bij voorbeeld ook voor een verzekeringsbedrijf is vereist (voor overige pensioenfondsen is geen vergunning vereist).
Een Apf moet de vorm van een stichting hebben. Die eis gaat nu ook gelden voor alle andere pensioenfondsvormen (overgangsrecht staat toe dat eventuele bestaande andere rechtspersoonsvormen mogen blijven bestaan).
In een Apf kunnen meerdere ‘collectiviteitskringen’ deelnemen met behoud van een eigen afgescheiden pensioenvermogen. In andere pensioenfondsvormen is het verplicht om van alle vermogens die bij verschillende regelingen behoren één financieel geheel te maken. Die eis is een grote belemmering voor het samengaan van pensioenfondsen wegens bestaande verschillen in dekkingsgraden, opzet van de financiering en de pensioenregeling zelf. Het vervallen van deze plicht voor een Apf vergroot de mogelijkheden tot samengaan aanzienlijk.
De samenstelling van de collectiviteitskring wordt aan cao-partijen overgelaten. Er kunnen dus ook meerdere werkgevers of bedrijfstakken in één collectiviteitskring met één ongedeeld vermogen deelnemen. Dit vergroot de mogelijkheden voor standaardisatie en daarmee te realiseren schaalvoordelen. De partijen die op een bepaald moment deel uitmaken van de collectiviteitkring dienen wel akkoord te gaan met nieuwe toetreders tot de collectiviteitkring. De werkingssfeer en de collectiviteitskringen moeten in de statuten worden opgenomen.

De Apf-vorm staat open voor alle bestaande pensioenfondsen, behalve verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen (dat zou zo vergaand ingrijpen dat die discussie thuishoort in de lopende ‘Nationale Pensioendialoog’). Een pensioenfonds kan zich omvormen tot een Apf of er één oprichten. Ook derden (verzekeraar, pensioenuitvoeringsdienstverlener) kunnen een Apf oprichten en daarna bestaande pensioenfondsen daar in opnemen.
De toezichtsnormen uit het Financieel Toetsingskader worden toegepast per collectiviteitskring.
Alle bestaande bestuursvormen voor pensioenfondsen staan open voor een Apf, zij het enigszins aangepast op het specifieke karakter van de Apf-vorm.
De huidige vorm ‘Multi-ondernemingspensioenfonds’ (twee stuks nu) verdwijnt, met een overgangstermijn van vijf jaar.
De fiscale behandeling is gelijk aan die van al bestaande vormen van pensioenfondsen.
De beoogde invoering is medio 2015. Nu al kunnen vergunningen worden aangevraagd bij toezichthouder DNB.
In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt de verwachting uitgesproken dat al in 2015 er vijf Apf’en zullen worden gerealiseerd en nog eens vijf in de twee jaren daarna.

Voorlopige conclusie
Door de gescheiden uitvoering van pensioenregelingen in een Apf kan een evenwicht gevonden worden tussen enerzijds de wens dan wel noodzaak de eigen identiteit en solidariteit van de collectiviteitkring in stand te houden, en anderzijds de mogelijkheid schaalvoordelen te realiseren waarmee bestuurlijke lasten en uitvoeringskosten worden beperkt.
De Raad van State zag in zijn advies bij het wetsvoorstel geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Ook in het pensioenveld zijn de eerste reacties positief.

AWVN vindt het een evenwichtig wetsvoorstel dat op adequate en passende wijze voorziet in een duidelijke behoefte in de pensioenuitvoering. Het biedt werkgevers met kleine(re) pensioenfondsen een reële en haalbare weg tot schaalvergroting en reductie van kosten, risico en uitvoeringslasten, waar op dit moment alleen de keuze is tussen opgaan in een bedrijfstakpensioenfonds of onderbrenging bij een verzekeraar, en in de praktijk veelal alleen dat laatste. Voor verzekeraars biedt het wetsvoorstel een interessante mogelijkheid om pensioenfondsen e op te nemen op een ander wijze dan tot nu toe. Het is zelfs denkbaar dat verzekeraars bestaande eigen pensioenverplichtingen kunnen overdragen aan een zelf opgericht Apf.

Henri Lepoutre