Tweede Kamer neemt Participatiewet aan

21-02-2014

Op 20 februari is het wetsontwerp voor de Participatiewet door de Tweede Kamer aangenomen. Daarbij is een aantal amendementen aangenomen.


De wet moet nu nog door de Eerste Kamer. Het is de bedoeling dat de Participatiewet op 1 januari 2015 in werking treedt.

Amendementen
Er is een aantal amendementen aangenomen. Hiervan is de strekking:
• voor mensen met een medische urenbeperking wordt een vrijlating van inkomen uit arbeid van 15 procent van dit inkomen ingevoerd, met een maximum van € 124 per maand,
• er is een studieregeling in de Participatiewet opgenomen waarbij gemeenten de mogelijkheid hebben om aan mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren. Voorwaarden zijn dat ze minimaal 18 jaar oud zijn, recht hebben op studiefinanciering of WTOS, en geen vermogen hebben,
• voor de samenhangende uitvoering van de in de Participatiewet en daaraan gerelateerde wetten geregelde taken is het belangrijk dat colleges samenwerken in regio’s. Het initiatief daarvoor ligt bij de colleges. Als colleges er niet in slagen tot noodzakelijke samenwerking te komen heeft de minister de gelegenheid om bij algemene maatregel van bestuur gebieden vast te stellen waarin colleges samenwerken. Die bevoegdheid bestaat slechts nadat de minister op overeenstemming gericht overleg heeft gevoerd met de betrokken colleges. Ten minste vier weken voordat een voordracht gedaan wordt voor de maatregel wordt het ontwerp aan de Tweede kamer overgelegd. Deze aanwijzingsbevoegdheid uit de Participatiewet ziet niet op de samenwerking van gemeenten in de Werkbedrijven,
• personen die in de doelgroep van loonkostensubsidie vallen hebben aanspraak op begeleiding op de werkplek. Hiermee wordt snelle doorstroming naar werk ondersteund,
• in het wetsvoorstel was opgenomen om uiterlijk na zes jaar een evaluatie van de Participatiewet uit te voeren. Dit is in die zin gewijzigd dat de wet in het vijfde jaar (2019) wordt geëvalueerd en in dat jaar de evaluatie aan de Tweede Kamer moet worden gestuurd.

Kabinet moet moties nog uitwerken
Verder is een aantal moties aangenomen. Deze moet het kabinet nader uitwerken. In de moties wordt het kabinet gevraagd om:
• aanvullende instrumenten beschikbaar te stellen indien blijkt dat het instrumentarium van de Participatiewet tekortschiet, waarbij onder meer een aantrekkelijker premiekorting kan worden overwogen,
• samen met de arbeidsmarktregio's te bewerkstelligen dat er voor werkgevers (die landelijk actief zijn) één landelijk aanspreekpunt komt om zo de plaatsing van arbeidsbeperkten te bevorderen,
• met gemeenten en UWV afspraken te maken om het inzicht in de talenten en vaardigheden van de werkzoekenden in de kaartenbakken te vergroten en de Kamer hierover te informeren voor 1 januari 2015,
• maatwerk mogelijk te maken voor werkgevers door verschillende typen van arbeidsrelaties, zoals social return, detachering en inlening, ook mee te laten tellen bij de garantiebanen, om zo de kans op een baan voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten,
• na te gaan of er geen verdringing plaatsvindt van mensen met een arbeidsbeperking die wel zelfstandig 100% WML kunnen verdienen, die vanaf 2015 in de Participatiewet instromen en die niet tot de doelgroep van de garantiebanen of een eventueel quotum behoren,
• onderzoek te doen naar de effectiviteit van loondispensatie en loonkostensubsidie en de Kamer hierover uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding van de Participatiewet te informeren.

Leden vinden hier een white paper met een uitgebreid overzicht van de Participatiewet.