Sectoraal gedifferentieerde premies 2017

03-11-2016

De gemiddelde sectorpremie daalt in 2017, maar er zijn ook een aantal sectoren waarvoor de wachtgeldpremie in 2017 omhoog gaat.

Het UWV heeft Nota premievaststelling sectorfondsen 2017 gepubliceerd. De nota beschrijft de sectoraal gedifferentieerde premies voor 2017. Met deze premies - die werkgevers betalen - worden het eerste halfjaar van de WW-lasten binnen een sector gefinancierd en een klein deel Ziektewet- en WGA-staartlasten van eigenrisicodragers.
UWV heeft de premienota aan de minister van SZW aangeboden. De minister zal de definitieve premies binnenkort bekendmaken via een publicatie in de Staatscourant.

Hoofdlijnen nota sectorfondsen 2017
Uit de nota blijkt dat, hoewel de economische crisis inmiddels achter ons ligt, een aantal sectoren nog wel kampt met de werkloosheidsgevolgen van de crisis. Hoewel de gemiddelde sectorpremie daalt, zijn er ook een aantal sectoren waarvoor de wachtgeldpremie in 2017 omhoog gaat. Voor 40 sectoren daalt in 2017 de sectorpremie en voor 19 sectoren stijgt deze. Voor drie sectoren blijft de sectorpremie constant, waaronder de 0-premie voor de sector Mortelbedrijf.

De vijf grootste premiedalingen (variërend van -1,25% tot -1,64%) vinden plaats voor de sectoren Schildersbedrijf, Uitzendbedrijven, Steenhouwersbedrijven, Bewakingsondernemingen en Meubel- en Orgelbouwindustrie.
De vijf grootste premiestijgingen (variërend van +0,74% tot +0,92%) vinden plaats voor de sectoren Grootwinkelbedrijf, Vervoer posterijen, Visserij, Telecommunicatie, en Uitgeverij. De grootste premiestijging bij de sector Grootwinkelbedrijf is een gevolg van de faillissementen binnen deze sector.

Binnen de sectoren Vervoer posterijen, Visserij, Telecommunicatie, en Uitgeverij is nog sprake van ongunstige economische omstandigheden: de sectorale loonsommen dalen aanzienlijk en de WW-uitkeringslasten stijgen.

De negen sectoren met een gestegen sectorpremie variërend van +0,11% tot +0,64% hebben te maken met ongunstige economische omstandigheden (Tabakverwerkende industrie en Koopvaardij), ontslagrondes en reorganisaties (Textielindustrie, Vervoer KLM en Vervoer NS), groei van uitzendwerkgevers binnen de sector (Slagers overig, Overig personenvervoer en Algemene industrie) of is een logisch gevolg van een lager positief vermogen (Havenclassificeerders).

De vijf sectoren met een geringe stijging (variërend van +0,01% tot +0,09%) is een logisch gevolg van een lager positief vermogen (Groothandel in hout, Suikerverwerkende industrie, Banken, Zakelijke dienstverlening I) of er is een groei van uitzendwerkgevers binnen de sector (Elektrotechnische industrie).

Het negatieve vermogenssaldo van de gezamenlijke sectorfondsen van € 207 miljoen in 2015 zal naar verwachting zijn omgeslagen tot een positief saldo van € 227 miljoen eind 2016. Dit betekent een meevaller van € 294 miljoen ten opzichte van het geraamde vermogenstekort van € 67 miljoen volgens de nota Premievaststelling Sectorfondsen 2016. Na vaststelling van de premies voor 2016 zijn de werkelijke WW-lasten positiever uitgevallen dan verwacht. Daardoor zal het saldo van premieopbrengsten en -lasten in 2016 groter zijn dan eerder geraamd.

De verbeterde vermogenspositie per eind 2016 heeft een verlagend effect op de gemiddelde sectorpremie 2017. Gecombineerd met de lagere WW-lasten als gevolg van de positieve economische vooruitzichten voor 2017 kan de gemiddelde sectorpremie dalen.

Met de sectorfondspremies 2017 is rekening gehouden met de sectorale vermogenssaldi. Het totale vermogensoverschot per eind 2016 zal in 2017 afnemen tot € 175 miljoen. In verhouding tot de loonsom heeft de sector Overheid eind 2016 het grootste negatieve vermogen en de sector Dakdekkersbedrijf het grootste positieve vermogen.

Het financiële risico voor de WW is voor elk sectorfonds gemaximeerd tot het lastenplafond. Boven het lastenplafond draagt het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) de lasten. Alleen voor de sector Dakdekkersbedrijf zijn de geraamde werkloosheidslasten in 2017 hoger dan het lastenplafond. De sector wordt voor deze lasten gecompenseerd met een bijdrage van € 6 miljoen vanuit het AWf. Daarnaast worden voor elke sector de Werkloosheidslasten voor zieke werklozen gecompenseerd door een bijdrage vanuit het AWf. Deze bedraagt voor alle sectoren in 2017 in totaal € 73 miljoen.

Met ingang van 2017 heeft het ministerie van SZW voor de sector Agrarisch bedrijf en de sector Grafische industrie wijzigingen in de regelgeving voor de premiegroepen aangebracht. SZW heeft de regelgeving gewijzigd op verzoek van de sectoren zelf. Voor de sector Agrarisch bedrijf is de minimale verhouding in premiehoogtes tussen korte en lange dienstverbanden teruggebracht van 7:1 naar 5:1. Voor de sector Grafisch bedrijf is het verschil tussen de twee categorieën werkgevers komen te vervallen.

Overzicht sectorpremies periode 2015-2017

SECTORFONDSEN-EN-PREMIES.png 

Jan Mathies (AWVN)
• Download Nota premievaststelling sectorfondsen 2017