Reactie Prinsjesdag 2014: internationale arbeidsmobiliteit

23-09-2014

AWVN vindt dat de maatregelen het internationaal werken zouden moeten vereenvoudigen, ondersteunen en bevorderen, zowel ‘Nederland in’ als ‘Nederland uit’.

De miljoenennota 2015 beschrijft het internationale karakter van de Nederlandse economie en hoezeer onze economie gebaat is bij de Europese Unie. Nederland verwelkomt daarom migranten die willen bijdragen aan de Nederlandse samenleving.

Tegelijkertijd spreekt de minister van Sociale Zaken de vrees uit dat een uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de toegang van derdelanders tot de Nederlandse arbeidsmarkt de weg opent voor een toestroom van buitenlandse uitzendkrachten. Uitzendbureaus uit andere EU-landen zouden nu gemakkelijker goedkope arbeidskrachten van buiten Europa in Nederland kunnen aanbieden. De minister acht het daarom wenselijk om uitleg van de regels op Europees niveau aan te passen.

Ook wordt er aandacht besteed aan de Wet aanpak schijnconstructies. Op 10 juli 2014 heeft de Minister het wetsvoorstel Wet aanpak schijnconstructies (WAS) naar de Raad van State gestuurd. Het wetsvoorstel bevat ingrijpende voorstellen voor wijziging van het wettelijk minimumloon en voert onbeperkte ketenaansprakelijkheid in voor naleving van cao-bepalingen. De wet is bedoeld om schijnconstructies en misbruik van buitenlandse werknemers aan te pakken. AWVN vraagt zicht echter af of deze vergaande ingrepen niet hun doel voorbij schieten nu volgens de cijfers van de Inspectie SZW het slechts gaat om 582 werknemers (op een beroepsbevolking van 8 miljoen). Met betrekking tot deze gevallen staat bovendien niet vast dat er sprake is van onderbetaling. Er wordt nu nog bij de rechter getwist over het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW met betrekking tot het minimumloon.

AWVN is van mening dat maatregelen het internationaal werken moeten vereenvoudigen, ondersteunen en bevorderen, zowel 'Nederland in' als 'Nederland uit'. Dit moet gebeuren met inachtneming van de internationale regelgeving, waarbij het Europees recht een belangrijke pijler is. Er zijn genoeg kansen om ook voor buitenlandse werknemers een goed pakket arbeidsvoorwaarden te regelen. Een voorbeeld daarvan is de mogelijkheid in cao’s afspraken te maken over het toepassen van een aantal kernbepalingen op buitenlandse werknemers. Wanneer duidelijke regels zijn afgesproken, kunnen deze eenvoudig worden gehandhaafd.

Ruud Blaakman, adviseur internationale arbeidsmobiliteit