Oproep Stichting van de Arbeid over opname lage loonschalen in cao

26-03-2014

Gelet op de noodzaak snel te kunnen starten met het aan het werk helpen van werkzoekenden met een beperking, doet de Stichting een dringend beroep op cao-partijen om na te gaan of er voldoende passende loonschalen in de cao staan.

​In het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 is onder meer afgesproken om de duurzame participatie van mensen met een beperking te bevorderen. De centrale werkgevers- en werknemersorganisaties hebben toen besloten dat in de markt- en (semi)publieke sectoren in 2026 100.000 arbeidsplaatsen (zogeheten garantiebanen) ingevuld moeten zijn – via begeleid werk of detachering – door mensen met een arbeidsbeperking, die als zodanig geïndiceerd zijn door UWV. Vooruitlopend op de Participatiewet hebben werkgevers en werknemers toegezegd om in 2014 hiermee een start te maken en 2.500 werkzoekenden met een beperking aan een baan te zullen helpen.
Omdat veel van de werkzoekenden met een beperking niet in staat zijn zelfstandig het minimumloon te verdienen, is in het Sociaal Akkoord ook afgesproken dat in deze situaties de werkgever een beroep kan doen op de hiervoor ontwikkelde loonkostensubsidie. Dat wil zeggen dat de loonwaarde via een loonkostensubsidie aan de werkgever, of een loonsuppletie aan de werknemer, wordt aangevuld tot 100% van het wettelijk minimumloon (WML).
Om ervoor te zorgen dat werkgevers ook voldoende arbeidsplaatsen invullen met werkzoekenden met een beperking is ook overeengekomen om in cao’s specifiek voor deze doelgroep passende loonschalen op te nemen tussen 100% en 120% van het WML. Dit moet werkgevers stimuleren om mensen uit de doelgroep in dienst te nemen. De combinatie van de loonkostensubsidie met passende loonschalen, die beginnen bij 100% WML, bevordert immers de mogelijkheden tot inschakeling van werkzoekenden met een relatief geringe productiviteit.
De Stichting van de Arbeid heeft in een brief van 21 februari 2014 geconstateerd dat er sinds het verschijnen van het Sociaal Akkoord verschillende politieke akkoorden zijn gesloten die ingaan op de intenties van de Stichting:

• In het politieke akkoord over de rijksbegroting voor 2014 is de ambitie uitgesproken in 2014 5.000 jongeren met een beperking in 2014 aan het werk te helpen in plaats van het in het Sociaal Akkoord afgesproken aantal van 2.500.

• In het op 3 februari jl. verschenen akkoord over de Participatiewet krijgen sociale partners tot 2017 de tijd om in alle cao’s te komen tot de realisatie van loonschalen tussen 100% en 120% WML, te beginnen op 100% WML voor mensen die zijn aangewezen op een loonkostensubsidie (of loonsuppletie) ten behoeve van de garantiebanen.
Daarbij geldt het volgende tijdspad: in 2015 dienen 55% van de cao’s, in 2016 85% en in 2017 alle cao’s hieraan te voldoen.

• In de Participatiewet wordt verder geregeld dat als niet aan dit tijdpad wordt voldaan een wettelijke bepaling in werking zal treden die werkgevers de mogelijkheid biedt om mensen die zijn aangewezen op een loonkostensubsidie op individuele basis aan te nemen tegen 100% WML.

De Stichting van de Arbeid wijst erop dat zij bij deze akkoorden niet betrokken is geweest. Op 11 april 2013 heeft zij al uitgesproken dat het creëren van een loonschaal van 100% tot 120% WML in de cao’s wenselijk is om te bevorderen dat mensen uit de doelgroep een baan krijgen aangeboden.
De Stichting van de Arbeid heeft overigens vastgesteld dat inmiddels in veel cao’s al loonschalen op een niveau dicht bij het minimumloon zijn afgesproken. Niet bekend is in welke mate deze loonschalen ingevuld zijn of dat er afspraken zijn gemaakt tussen decentrale cao-partijen dat deze loonschalen worden ingevuld door mensen met een beperking.
Gelet op de noodzaak snel te kunnen starten met het aan het werk helpen van werkzoekenden met een beperking, doet de Stichting een dringend beroep op cao-partijen om na te gaan of er voldoende passende loonschalen tussen 100% en 120% WML, te beginnen bij 100% WML, in de cao staan. Als dat niet het geval is, roept de Stichting cao-partijen op om zo snel mogelijk hierover afspraken te maken.
Dit geldt niet alleen voor nieuw af te sluiten cao’s maar ook - indien mogelijk – voor reeds afgesloten cao’s, zeker als die een langere looptijd hebben.
In het verlengde van de totstandbrenging van deze loonschalen kunnen cao-partijen afspraken maken – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – over de invulling van deze garantiebanen.

AWVN onderschrijft de oproep van de Stichting van de Arbeid, met een paar aanvullende opmerkingen. Over de aantallen werknemers uit de doelgroep die werkgevers moeten plaatsen is herhaaldelijk aan diverse tafels gesproken. De meest recente stand van zaken is dat de overheid heeft besloten dat werkgevers aan de volgende streefcijfers moeten voldoen.
- Voor 2015 geldt een aantal garantiebanen van 6.000 banen
- Voor 2016 geldt een aantal garantiebanen van 8.000 banen, (cumulatief 14.000 extra banen eind 2016 t.o.v. de nulmeting)
- Voor 2017 geldt een aantal garantiebanen van 9.000 banen (cumulatief 23.000 extra banen)

Voor de overheidssectoren wordt de volgende verdeling aangehouden:
- Voor 2015 geldt een aantal van 3.000 banen
- Voor 2016  geldt een aantal van 3.500, (cumulatief 6.500 extra banen t.o.v. de nulmeting)
- Voor 2017 geldt een aantal van 3.500, (cumulatief 10.000 extra banen t.o.v. de nulmeting)
- Daarna geldt jaarlijks een aantal van 2.500 banen

Begin 2016 zal in het kader van de Quotumwet voor de eerste keer worden getoetst of de streefgetallen gehaald zijn. Daarbij wordt gekeken naar de volgende doelgroepen:
- Wajongeren, met arbeidsvermogen;
- Wsw-ers;
- mensen die vallen onder de Participatiewet en van wie UWV heeft vastgesteld dat zij niet in staat zijn 100% WML te verdienen.

In de Werkkamer, een overlegorgaan van sociale partners, overheid, VNG en UWV, is afgesproken dat gemeenten en sociale partners Wajongers en mensen op de wachtlijst WSW de eerste jaren prioriteit zullen geven bij de toeleiding naar de garantiebanen bij reguliere werkgevers.
Ten aanzien van Wajongers geldt dat als een werknemer met een Wajong-uitkering door zijn ziekte of handicap een lagere loonwaarde heeft, UWV de werkgever toestemming kan geven om minder te betalen dan het functieloon of het WML. De werkgever betaalt de werknemer dan de door het UWV vastgestelde loonwaarde en het UWV vult het loon van de Wajonger dan aan tot minstens 75% van het minimum(jeugd)loon. Deze groep werknemers valt dus niet onder de lage loonschalen waar de Stichting op doelt.

Jan Mathies