Billijke vergoeding bij onterecht ontslag op staande voet

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over de meest actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.

BLOG-2.png

Voor de Wwz kon een werknemer een ontslag op staande voet buitengerechtelijk vernietigen. Hij had daarvoor een half jaar de tijd. Werkgevers verkeerden dan ook geregeld enige tijd in onzekerheid of het ontslag op staande voet ook rechtsgeldig was. Met de komst van de Wwz kan dat niet meer. De werknemer moet naar de kantonrechter om de opzegging te vernietigen. Hij moet dit binnen 2 maanden doen. Doet hij dat niet tijdig dan staat het ontslag op staande voet vast.
blokker-120x180.pngTegenwoordig hoeft een werkgever dus niet lang in onzekerheid te zitten. Maar net als voor de Wwz moet een werkgever een ontslag op staande voet weloverwogen nemen. Een onterecht gegeven ontslag op staande voet wordt namelijk gesanctioneerd met een billijke vergoeding. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en wordt door de meeste rechters bevestigd. Zoals ook in de twee recente uitspraken die ik hieronder behandel.
Jikke Blokker, AWVN-advocaten, 25 november 2016


De kantonrechter Rotterdam oordeelde op 11 november 2016 dat voorkomen moet worden dat een werknemer op staande voet wordt ontslagen wegens een beschuldiging van fraude, terwijl daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. Een onterecht gegeven ontslag op staande voet rechtvaardigt een substantiële billijke vergoeding aldus de kantonrechter.

Feiten
Werkneemster is met ingang van 8 september 2007 bij C&A Nederland C.V. (hierna: C&A) in dienst getreden als verkoopmedewerker. Haar laatstgenoten salaris bedroeg € 1.334,53 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag. Op 7 april 2016 is werkneemster op staande voet ontslagen. Bij brief van 12 april 2016 heeft C&A het ontslag bevestigd en aangegeven dat de reden van ontslag is gelegen in het feit dat werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan ‘fraude in dienstbetrekking’. Volgens C&A zou uit camerabeelden blijken dat werkneemster een bedrag van € 19,90 uit de kassalade had weggenomen. Werkneemster verzoekt onder meer veroordeling van C&A tot betaling van een billijke vergoeding.

Oordeel kantonrechter
Werkneemster heeft verklaard dat een klant in de namiddag van 21 maart 2016 stelde een aantal dagen eerder haar aankoopbon en te retourneren kleding te hebben afgegeven aan een collega, onder achterlating van haar gegevens. Na overleg via het oortje met de assistent-storemanager (hierna: X) heeft werkneemster de instructie gekregen een bedrag van € 19,90 retour te geven. X gaf aan dat het haar bekend was dat een broek was teruggebracht en dat deze in het reservemagazijn was gehangen. Werkneemster vroeg nog of X kon assisteren, nu werkneemster geen bon en geen artikel had, maar X antwoordde daar geen tijd voor te hebben. Werkneemster heeft de klant toen € 19,90 uit de kassa gegeven. Na sluitingstijd heeft werkneemster de retour op de kassa aangeslagen en het retouroverzicht uitgedraaid. Het aftekenen van het retouroverzicht zou X de volgende ochtend doen. Op de camerabeelden is volgens werkneemster te zien dat zij haar handen in de kassa heeft, omdat zij achterin de kassa voelde of er nog losse muntjes lagen. Dat deed werkneemster naar eigen zeggen altijd.
De kantonrechter overweegt dat op de camerabeelden niet (expliciet) is te zien dat werkneemster een bedrag van (circa) € 19,90 wegneemt uit de kassa. Aldus is de kantonrechter van oordeel dat C&A niet is geslaagd in het haar opgedragen bewijs. De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet daarmee niet rechtsgeldig is gegeven.

Billijke vergoeding
Gelet op de wetsgeschiedenis is een ontslag op staande voet dat niet rechtsgeldig wordt geacht als zodanig ernstig verwijtbaar. Er komt dan immers vast te staan dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig (na toestemming van het UWV) heeft opgezegd. Uit de wet vloeit voort dat de werkgever dan een billijke vergoeding is verschuldigd.

Hoogte billijke vergoeding
Rechters hebben een ruime vrijheid om de hoogte van de billijke vergoeding te bepalen. In onderhavige kwestie wil de kantonrechter bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding tot uitdrukking brengen dat een ten onrechte gegeven ontslag op staande voet grote impact heeft op iemands persoonlijk leven. Naast de emotionele impact ziet een werknemer zich plotseling geconfronteerd met een situatie waarin geen recht meer bestaat op salaris en waarin men niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering. Volgens de kantonrechter moet voorkomen worden dat een werknemer op staande voet wordt ontslagen wegens een beschuldiging van fraude, terwijl daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. Dit rechtvaardigt een toe te kennen billijke vergoeding van substantiële betekenis, waarbij tevens rekening wordt gehouden met het salarisniveau van werkneemster. Alles afwegende oordeelt de kantonrechter in dit geval een billijke vergoeding van € 6.000 bruto passend. Werkneemster komt eveneens een vergoeding toe op grond van onregelmatige opzegging. Deze is gelijk aan het loon over de geldende opzegtermijn.
Ga naar de uitspraak

Ook het hof Den Bosch oordeelde op 10 november 2016 dat het in die zaak gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was en kende de werknemer dus een billijke vergoeding toe. 

Feiten
Werknemer (geboren 1982) is in 2011 in dienst getreden van werkgever. Op 31 december 2015 heeft werkgever een verzoek tot ontbinding ingediend bij de kantonrechter en werknemer op non-actief gesteld. Nadien is gesproken over een regeling. Werkgever heeft werknemer opgeroepen om op 24 februari 2016 te verschijnen op het werk. Werknemer was in de veronderstelling dat nader over het beëindigingsvoorstel zou worden gesproken en verscheen niet in zijn werkkleding. Toen werkgever werknemer opdroeg ringetjes van schroefjes af te draaien, heeft werknemer dit geweigerd. Hierop heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen. Op 18 maart 2016 is het nog lopende ontbindingsverzoek afgewezen. Werknemer heeft de kantonrechter verzocht de opzegging te vernietigen en onder meer achterstallig loon, transitievergoeding, een vergoeding voor het niet in achtnemen van de opzegtermijn en een billijke vergoeding verzocht. De kantonrechter heeft de billijke vergoeding niet toegewezen. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.

Oordeel hof
Het hof oordeelt dat de rechtsgrond voor toewijzing van een billijke vergoeding reeds is gegeven met het oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Een onterecht gegeven ontslag op staande voet maakt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof verwijst daartoe naar de wetsgeschiedenis.
Werkgever in deze casus heeft betoogd dat het van de omstandigheden van het geval afhangt of een billijke vergoeding dient te worden betaald. Volgens het hof is dat niet het geval. De verwijtbaarheid is gegeven bij een onterecht ontslag op staande voet. De ernst van de verwijtbaarheid kan wel een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding, maar niet op de verschuldigdheid ervan.

Hoogte billijke vergoeding
Nu volgens het hof uit de feiten blijkt dat sprake is geweest van een vooropgezet plan van de werkgever (binnen vijf minuten had de werkgever een juridisch perfecte ontslagbrief vervaardigd) en de afwijzing van het ontbindingsverzoek met zich brengt dat partijen in beginsel met elkaar verder zouden moeten gaan, acht het hof de verzochte vergoeding van 7 maandsalarissen (€ 20.000 bruto) niet onbillijk. Het hof ziet geen aanleiding de gefixeerde schadevergoeding, WW-uitkering en inkomsten uit nieuwe arbeid hierop in mindering te brengen.
Ga naar de uitspraak